E voto Dordraceno - pagina 198
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
192
ZOND. IX. HOOFDSTUK
eerst heel de schepping
moest
van
den
God
de
enkelen
Heere
uit-
en doorgebracht, eer de schepping
Het was dus
mogelijk was.
wijnstok
onmogelijk, dat
eenmaal uitgedachte wereld een gansch anderen
die
in
zijn
II.
wijnstok inschiep, want daarvoor zou én de zon én de wet van het vocht
én de voedende kracht der aarde, kortom
En
hieruit blijkt dus dat
anders hebben moeten
alles
God de Heere, na de
zijn.
wet, het plan, het bestek
voor zijn schepsel eenmaal te hebben vastgezet, nu ook zelf zich hieraan
hinden moest, en het alzoo moest verwezenlijken. Die wet van aanzijn voor het schepsel, voor zooverre God er zich schepping aan bond, noemen we nu meest
zijn
bij
Doch hiermee
Waar God
gelijk
dit
uit.
de Hgere eenmaal bepaald heeft, dat water de wet of eigen-
daar
houden,
deze gebondenheid niet
is
om
schap zal hebben, zit
naar beneden te vloeien,
houdt
en
tenzij
het wordt tegenge-
die valkracht niet in het water op zichzelf in,
God de Heere,
stand
zelf
raad bepaald was.
in zijn
het
zijn
bestel,
er
die
van oogenbhk
die
kracht
tot oogenblik het
om hem
de Heere die in het verborgene
hand
zijn
te
het
God
water heeft en alzoo
hem
dragen, dan
in dit
is
zwemt en
Als iemand
in doet werken.
voelt dat het water veerkracht heeft
maar
water alzoo in
is
door dat water draagt.
Niet alleen dus dat
God de Heere
ding schiep, gelijk
alle
dit in zijn
bepaald was, maar ook sinds de ure der schepping en tot nu toe
raad het
is
diezelfde God, die aldoor zich aan dien raad, en aan het bestel, en de wet
van dien raad gebonden houdt, en naar dien raad handelt en dien
Nu
echter
ontstaat
we komen aan de selen schiep.
raad
er
dat
bepaald,
nog een geheele andere orde van dingen, zoo
zedelijke wereld, waarin
Immers voor ze
uitvoert.
God de Heere
zijn redelijke schep-
die redelijke schepselen is het in
Gods wet en
ook zullen denken en uaar die gedachten
zei ven
zelven handelen zouden. Als het water van de bergen stroomt, duwt
de Heere het van de bergen
af,
en het water
is
bloot lijdelijk.
God
Maar
als
Satan tegen God woelt, of Abraham
zijn eenige dien hij liefheeft oifereu wil
dan treedt er een geheel ander
tusschenbeide
iets
;
iets
dat onze vadereu
noemden: de tweede oorzaken.
Ook
die tweede oorzaken zijn er naar
schiep ze in zijn redelijke schepselen in.
vraagstuk,
hoe
God
Gods wet en raad en
En hiermee
wil.
Hij
ontstond alzoo het
Heere, na die macht van de tweede oorzaken aan
zijn redelijke
schepselen te hebben ingeschapen, nu desniettemin te mid-
den
woelen der tweede oorzaken,
als
van eerste
dit
en
zijn
bestel en bestek en raad,
opperste oorzaak zou doorzetten en verheerlijken.
En
ge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's