E voto Dordraceno - pagina 245
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. X. HOOFDSTUK V.
en
en
raderen
cylinders
ziju
spillen
zich
niet anders bewegen kan;
heimzinnige daar is
hand,
die
machine
de
in
maar
naar vaste wet beweegt, en
zich
nu een
af en toe verschijnt er
raderwerk
dit
239
en plotseling hier of
ingrijpt
anders doet werken dan gewoonlijk.
het altoos de voorstelling, alsof de Natuur iets
is
ge-
Ge
ziet wel, zoo
dat op zich zelf bestaat
en loopt en werkt, en alsof God van buiten af nu en dan in dezen loop der natuur ingrijpt.
Wat nu de Theosofen onder de Ethischen er om deze ongoddelijke voorstelling te verbeteren,
op hebben uitgevonden,
brengt ons ook
geen
al
stap verder. Zij toch praten ons aan, dat er eigenlijk twee Naturen zijn,
oHrfernatuur
een
naturen indringen
hoogere
zeggen
eigenlijke
hoogere Natuur; dat nu deze beide is
het
der ow^ernatuur van een werking der eigenlijke of
Ook
doorstraalt,
natuur
de
in de orde
natuur.
toch
zoo
en
beur eigen orde hebben; en dat een wonder slechts
elk
is
hulde voor de goede bedoeling die in dit
alle
bij
Ook
met woorden.
het toch niets dan een spelen
deze onderüntum (waarmede dan bedoeld wordt wat wij
blijft
noemen)
Overwonnen toch
een vaste orde, die met zekere eigen
nog
altoos
God bestaan zou; en
standigheid buiten
de fout van het SupranaturaUsme dan
is
zelf-
denkbeeld moet er
juist dit
uit.
eerst, als elke
gedachte van zulk een zelfstandig en permanent bestaan der Natuur met wortel
harer
en
tak
is
krachten
en ge goed vat, dat én de natuur én elk
uitgeroeid,
én
harer
elk
wetten,
niets
oogenblik tot oogenblik alleen zijn wat ze
mond In
uitgaat. „Zij alle,
eens en voorgoed moet
bij
paleis,
maar waarin een koning
maar van
door het bevel dat uit Gods
uw
knechten!"
de Natuur dus heel het denkbeeld van
een stoomvverktuig opzij gezet. Het
werkt,
zichzelf zijn,
in
Heere, zijn niets dan
o,
Denk u daarentegen een
zijn,
is
dit
beeld dat alles verdorven heeft.
waarin geen enkele
en met en
troont,
spil of
rad of cylinder
om hem
zijn
kamer-
heeren en dienaren en lijftrawanten en knechten, die met andere dienaren
en
ambtenaren
door
Nu
spreekt die
met macht. Dat woord brengt
die dienaren
heel het land in verbinding staan.
koning, en des konings woord
is
en die knechten in beweging, en die beweging,
aan
zal
grenzen. Is
zijn uiterste
mensch, dan zal
hij
dit,
geen rust heerschen en geen orde is,
heel het land door tot
nu zulk een koning een despoot en
den éénen dag
koning een wijs koning
trilt
te
ontdekken
zijn
die alles wel doordacht heeft,
;
maar dan
zelden iets opnieuw te bevelen hebben, want naar de eens door ordinantiën
geen
loopt
alles
geleidelijk
en geregeld.
en
geen
cylinders,
maar
raderen
grilziek
den anderen dag dat bevelen, en er
Er
zijn
als
deze
zal hij
maar
hem gegeven
geen spillen en
er is in de plaats daarvan een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's