E voto Dordraceno - pagina 39
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XIX. HOOFDSTUK de
wie
meer
linkerhcand
ontwikkeld
dan
is
39
II.
de
maar
rechter,
dit
zijn
uitzonderingen.
In de rechterhand woont physiek de meeste kracht; ze geoefend
:
en van nature
is
het den
mensch
mogendheid
te
zoeken.
Dit
uiting zijner
iemand
eigen, in de rechterhand de
rechterhand tot
dit alzoo
ook
steekt
ge,
zonder
op
er
te
letten, het eerst
zoo dikwijls ge onvoorbereid of zonder er
uit,
beschikt.
gaan loopen, onwilkeurig het eerst den rechtervoet
die zal
zoo
vooruitbrengt,
het vaardigst
geen wilkeur.
is
In de schepping des menschen heeft God de Heere Gelijk
is
bij
na
te
de
denken,
verweer of krachtsinspanning geroepen wordt.
Van Godswege op
plaats
den
deze voorkeur; en het hofceremonieel heeft door de
is
aan
troon
konings
's
hoogste plaats der eere, waarop slechts
macht
en
geen
majesteit,
rechterhand te waarmerken als de recht heeft, die deelt in
hij
's
konings
bepaling gemaakt, maar een
eigendunkelijke
goddelijke gedachte gevolgd.
Waar
derhalve de Heilige Schrift, en op haar voetspoor de kerk, belijdt,
dat Christus
na
almachtigen
Vaders,"
zeer
duidelijke
dan
is
„deze
troon zijner Almacht
om
Mogendheid en
Dat
hierbij
hebben
zal gezet
almachtige
de Middelaar,
zit,
Vader"
en naast
iets
tot een
voetbank uwer voeten,"
Hem
aan
zijn
rechterhand staat of
hierdoor symbolisch aan te duiden, dat
zit
hij deelt in zijn
Majesteit.
aan „den almachtigen Vader" een rechterhand wordt toeis
allerminst enkel het overbrengen
menschelijks op God.
De „hand" is
CX
Als het in Psalm
Zit aan mijne rechterhand
:
de Koning der koningen, die op den
gekend, kan ons niet verwonderen, en
van
aan de rechterhand Gods, des
heeft gezegd tot mijnen Heere
uwe vijanden
totdat Ik
is
geen vreemd spraakgebruik gevolgd, maar een
is
voorstelling van de zaak gegeven.
„De Heere
heet:
verhooging „gezeten
zijn
als
om
instrument
kracht van ons naar buiten te doen uitgaan
een hooger kenmerk van het menschelijke. Bij het dier huist de kracht
gemeenlijk meer in den achterpoot. Als het paard slaat, zal het dit zelden
met den voorpoot geeft,
doen.
Toch
zijn
èn de greep dien de arend
het paard
met
zijn
èn de slag dien de zwaan met zijn vleugel
met
zijn
klauw
doet,
èn de schop dien
hoef toebrengt, èn de stoot van den stier met
zijn hoorns,
slechts verschillende middelen die aan het gedierte ten dienste staan,
om
kracht van zich te doen uitgaan en op anderen over te brengen.
En
dit
nu,
het
instrument, het middel
uitgaan en op anderen over plaats zijn hand.
te
Een mensch
verlaagt zich in het verweer.
brengen,
is
die niet de
om
kracht van zich te doen
voor den mensch in de eerste
hand maar den
voet gebruikt,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's