E voto Dordraceno - pagina 193
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. IX. HOOFDSTUK Dit alles
Het ook
187
I.
dus hoogst gebrekkig en onvolkomen.
is
een schijnsel, een flauwe schaduw van het Vaderschap maar meer
is
;
Het komt en
niet.
Het
gaat.
Het
licht en het taant.
er en verdwijnt
is
weder.
Maar Hier
maar
voorouders,
er
is
des Vaders, heel het
ééne
heilige
groei
geboren
van
zijner
te
zijn,
met
den
Wezen van den Vader
Niet,
de
om
Hem
dat
in
is
na eenmaal
om
eeuwiglijk eens-
zijnde,
en altoos
gegeneert.
zelf Vader,
maar
Eerste Persoon de Eeuwige Vader
Eersten Persoon het Vaderschap zoo
En
maar zonder
zich allengs,
Wezens
diens
Zoo wordt dan deze zoon ook nimmer gelijk
in dien éénen Zoon.
maken, maar
los te
buiten
nooit
opnieuw, als we zoo zeggen mogen, door
Zoon,
het uitgedrukte beeld
eeuwigheid onveranderlijk het volle
tot
heerlijkheid zijnde.
Vader,
En
in elk dier kinderen
is
niet opgroeiend, niet allengs ontluikend,
van den Vader
er geen
heel de Bron.
is
Wezen
zijn
één Zoon, en die ééne Zoon
wasdom, van eeuwigheid
of
afschijnsel
wezens
Kind
zijn
niet een kind naast een kind, zoodat
is
slechts één enkelen trek
maar
overstort,
Ook
alles.
In dien Eéne
alleen deze Vader.
Bron gegenereerd wordt
uit die
Vader
de
dit alles geheel anders.
is
geen moeder, maar de Vader het één en
is
wat
de „eeuwige generatie des Zoons"
bij
is;
blijft
de i^ewwif/e
en gelijk in den
den Tweeden Persoon het Zoon-
schap volkomen.
Het wing
kind-zijn
van
het
van ónze
liefste
Zoonschap
gelijk
kinderen dit in
geen „broederen" die het Zoonschap met
nooit dan flauwe afschadu-
is
den Eeuwige
Hem
schittert. Bij
deelen, of volkomener
hem
maken
maar
Hij alleen de
gen.
Het Zoonschap
in
Hem
En
al
wie straks als „broeders" van dien eenigen Broeder
rijkdom toonend.
Zoon
den volstrektsten
in
uitgeput; in
zin, die in dit
Hem
woord kan
volmaakt; in
worden ingeleid nooit anders zonen dan door zijn Zoonschap.
aan
Hem
toevoegend,
maar
Hier lig
God en Vader van
de
is
om
zijns
maar
in vele
gemeenschap
Nooit
iets
in vele; niet in
aangenomenen
;
Zoons Christi
verkoren kinderen op aarde.
zijn
dus de tweede openbaring van het Vaderschap
Kind Gods, maar
reerde, in
is
lig-
al zijn
wandelend in zijn glans.
Deze eeuwige Vader nu van onzen Heere Jezus wille ook de
Hem
;
niet in één hei-
den Eéngeborene of Eenig-gegeneniet in de eenheid des
des Geestes; niet in den éénen Zoon,
Wezens, maar
maar
in zijn
vele Broederen.
Dat tweede Vaderschap
nu
ligt
ten deele reeds in de schepping des
menschen. Vandaar dat de evangelist Lucas in drukkelijk
Adam, ook voor
zijn bekeering,
zijn geslachtsregister uit-
een kind van God noemt. Zoo
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's