E voto Dordraceno - pagina 259
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XI. HOOFDSTUK
Het
253
I.
eerste drietal Zondagsafdeelingen, dat zich verdiept in de overden-
van Jezus' hoogheiligen Persoon, houdt zich achtereenvolgens bezig
king
met de
vier
namen,
die
hem
in de Apostolische Geloofsbelijdenis
gegeven
worden, van Jezus, Christus, Zoon en Heere, en deze viernamen worden
op zulk een wijs besproken, dat eerst de roeping van den Middelaar voor
naam Jezus; daarna het a/wè^ van dien Middelaar overwogen wordt in verband met den naam Christus en eindelijk de band van dezen Middelaar eenerzijds tot God en anderzijds tot de verloste ons treedt in den
;
menschheid
ons
voor oogen geteekend wordt in het Zoonschap
als
met
betrekking tot den Vader en in zijn optreden als onze Heer.
Immanuel
geroepen
is
hem gegeven Die
taak
om
eindelijk,
moest
hij
onze
Vader.
verlossen.
te
Hierin
is
De
zijn taak.
het één en al van zijn
ligt
door de bediening van een drievoudig ambt, op-
hoogste
Profeet
en Leeraar,
als
Zoon van God
onze eenige Hooge-
naam
ambt
die taak, in dit drievoudig
de eengeboren
hij
Dat
Jezus.
hij
en als onze eeuwige Koning. Vandaar de
priester,
En
vervult
als
den
Daarom heet
heilige roeping.
tredende
van
last
om zondaren
te
Christus.
kunnen vervullen
en over ons als
zijn,
ome Heere
worden aangesteld.
En
zoo
is
dan geen overtolligheid, geen noodelooze opeenhooping van
er
maar symmetrische
eeretitels,
wanneer
onze
Apostolische
volledigheid en harmonische afronding in,
Geloofsbelijdenis
deze
juist
vier
saamrijgt
op elkaar volgen laat: Ik geloove in Jezus, Christus, zijnen eengebo-
en
ren Zoon, onzen Heere.
Met
stichtelijk-practischen zin heeft alzoo de
Gereformeerde
Kerk
Kerk van ouds, en heeft
haar Catechismus, haar belijdenis van
ook
onze
den
Immanuel geheel voortgesponnen
in
uit
de namen, die de Middelaar
droeg.
En
deed de Kerk met opzet.
dit
Daar hangt haar leven bestaan
als
gemaakte
Het deze die
is
vier
door
God
als
kerk aan. Dit raakt den grond van haar
ingestelde,
met
en
zijn
waarheid innerlijk
rijk
stichting.
niet gemakshalve, voor het geheugen, dat ze
namen
knoopt;
maar
in het op
namen en het ontleenen van haar
haar geloof zich
haar belijdenis aan
den voorgrond plaatsen van
belijdenis
aan die namen, spreekt
uit.
Ze begint niet met in eigen, vermeten wijsheid den Christus waar nemen, te
feiten over
zamelen,
den Middelaar saam
om nu
door
te lezen,
en
zijn
te
woorden bijeen
eigen studie en nadenken, uit dat waargeno-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's