E voto Dordraceno - pagina 152
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXI. HOOFDSTUK VII.
152
onder de leer der Rechtvaardig making, waar Ursinus dan ook naar ver-
Ten einde
wijst.
niet
tweemaal hetzelfde
te zeggen, wierd over dit geloofs-
dus tamelijk kort heengegleden, en hebben Ursinus en Olevianus
artikel
het als een aanhangsel op het stuk der
Kerk behandeld. Dit maakt, dat
de uitlegging van onzen Catechismus op den kansel gemeenlijk nog
er bij
minder van terecht komt. Immers
een enkele predikatie reeds het
als in
stuk der „Kerk" en van de „Gemeenschap der heiligen" te behandelen
En
schiet er voor dit 10<' geloofsartikel eenvoudig geen tijd over.
is,
dat te
minder, daar de Heidelberger ook het stuk van de Uitverkiezing in Vraag
54 heeft
cor ecclesiae
dit
bij
de behandeling van de
kortelijk dient besproken.
deze
Bij
en dus ook
ingelast,
Vraag
54<^
nietige en
schijnbaar
puur formeele quaestie moet toch een
stilgestaan, en dient aangetoond, hoe dit artikel
oogenblik
van de „Ver-
geving der zonden" juist op deze plaats in de Apostolische Geloofsbelijdenis
inkwam;
alsook
wat
was dat onze uitleggers desniettemin den
oorzaak
inhoud ervan verschoven naar een afzonderlijke Zondagsafdeeling over de Rechtvaardigmaking.
Toen namelijk de Christelgke kerk pas opkwam en
kwam
intoog,
ze uit den
schaduwen was
al
uit Israël de wereld
„Dienst der schaduwen." In dezen Dienst der
datgene wat geestelijk en onzichtbaar bedoeld
en uitwendig voorgesteld.
De
tastbaar
is,
verlossing van Satan was het verlost worden
het diensthuis van Egypte. Het land der belofte was niet de hemel,
uit
maar het zichtbare Kanaan, overvloeiende van melk en ging
was
dier,
welks
een wezenlijk bloed
men
waterbad.
den Dienst der schaduwen afgebeeld
waarnemen en uitkwam
De verzoening
Kortom,
vergoot.
in
honig.
dat
reini-
wierd gezocht in een
zaak was onder
alle geestelijke
iets
De
men met
de zintuigen kon
in het uiticendige.
Zoo nu ook was het onder dezen Dienst der schaduwen met de zonde.
De
geestelijke zonde wierd verzinnebeeld in de stoflfelijke Levietische on-
Alle
reinheid.
smet van deze Levietische onreinheid maakte onheilig en
vervreemdde van de gemeenschap met den heiligen God.
God
heiligen
in
gemeenschap
te treden,
Om
vooraf weggenomen. Dit nu deed de priesterlijke bediening.
dus
ontstond
tweeërlei
er
terrein.
God maakte
drang van een
Israëliet,
die
God
En
zoo
scheiding door zijn priesters
tusschen het reine en onreine, het heilige en onheilige terrein.
of
met dezen
moest deze Levietische onreinheid
vreesde, was
maar om
alle
En
al
de
gemeenschap
aanraking met het onreine of onheilige te schuwen, en in het heilige reine te zijn opgenomen.
en lijk,
wijl het
Tot
op
Vandaar dat een hoogepriester
zijns vaders
dood en dus onrein was, niet eenmaal mocht begraven.
zekere hoogte bestond de heugenis van iets dergelijks ook in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's