E voto Dordraceno - pagina 282
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XI. HOOFDSTUK IV.
276 en
gewild
was,
gelast
zoo
we, daA de onmisbare voorwaarde
besluiten
voor deze heiligen-aanroeping ten eenen male ontbreekt. 3.
ook van de inroeping der voorbede van Maria en
geldt
Ditzelfde
de engelen. Geen onzer denkt er aan te ontkennen, dat de engelen
van
den hemel gemeenschap met den Verlosser hebben, want
in
Gods
Ook
Hoofd.
heerlijk
belijden
hebben,
verkorenen
en
Heere gebruikt worden. „Zijn
om
gezonden uit
volgt
heil
toe
ons
gedachten.
het
hunner zaligheid door den
werk
maar
Zij
ter
onder
is
te
haar
schoot
Heere
de
zijn
kerk
niet
Al ontkennen we dus
den
tusscheu
ons door hen het
Heere
Ook van Maria koesteren we hooge
zijn.
om
tot
namelijk den Verlosser
Maar van
ontvangen.
te
zijn
kruis verwijst
naar de voorbede van Maria, maar zendt een
Johannes en Maria saam huiswaarts en bidt
staat
om
vrouwen door Gods bestel uitverkoren
alle
in
wereld
worden
niet dat de engelen op den
volstrekt
wille
het zaligste wat een vrouw zich denken kan, der
hun
in
ze niet gedienstige geesten, die uit
dat de Heere op de engelen werkt,
dienen,
te
is
volstandig, dat de engelen liefde voor
dergenen wil die de zaligheid beërven zullen?" Maar hier-
wel
om
werken,
hij
we
zelf voor zijn vijanden.
dat er ook in den hemel gemeenschap be-
niet,
hem
Heiland en de door
hieruit in het allerminst niet, dat
verloste Maria, toch volgt
onze beden hoort, onze nooden kent,
zij
en voor ons bidt tot den Heiland.
De
4.
heiligen-aanroeping van
Rome
wordt bovendien nog door
dit zeer
ernstig bezwaar gedrukt, dat ze als heiligen leert aanroepen tal van per-
sonen,
Vitae
schittering
in het duister der vergetelheid schuilen, en
geheel
die
men schier sandorum
leven
niets weet.
hiertegen
kerk
er
zijn
geweest,
en
levens
innigen
ook
en
tal
zijn
om
alle
zonde
zeker vrij
Catechismus,
van wier
hebben de Bollandisten door hun
schitterend geprotesteerd, toch kan die
van
zeer
in de verloochening
historie niet
verbhn-
vrome mannen en vrouwen
enkelen zeer ver
maar zóó kent toch niemand hun zou,
al
hunner prachtige uitgave den kenner der
Ongetwijfeld
den.
Jezus'
Want
in
in
de geheimnissen des
van zich zelven voortgeschreden,
leven, dat ooit de mogelijkheid ontstaan
weten, dat ze in gedachten, woorden en werken, van
te
raakten. Zelfs van de allerheiligsten betuigt
„dat
daarom onze
in dit leven nog slechts een klein deel van deze
ze
gehoorzaamheid bereikt hebben," en
juist
deze allerheiligsten hebben het
Vader gebeden, en daarin óók geroepen
volhardendst het Onze
:
„Vergeef
ons onze schulden. 5''.
Bovendien,
ingaan, heilig. ontsliepen
na
hun
De dood
staan
dus
is
als
dood
zijn
alle
afgestorvenen,
die ten leven
een afsterving van alle zonde. Allen die in Jezus heiligen gelijk.
En
al
ontkennen we dus
niet,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's