E voto Dordraceno - pagina 336
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
338
XLV. HOOFDSTUK
ZOND.
III.
En
slotte geheel uit
Gods verborgen omgang
men
van elke onmoeting des Heeren vervreemd wordt. Goede
ten
slotte
en
juist
de
als
om
plickting
trek
om God den Heere mensch
bidde
ook aan ons,
in
om
ook
zichzelven
uit
om God
gewezen
een
is
leert,
t^er-
bovenal op de verplichting
heilige
kunst,
die
een eenig
niet
en wie geen drang, geen behoefte gevoelt, dat
loopen,
te
gewezen
;
regel gevolgd,
den Geest der genade en der gebeden aan
Ook het gebed
roepen.
te
niet zelden, dat
is
minder werd, steeds op de
bidden
het
tot
bidden
te
het einde
daarom steeds den omgekeerden
artsen hebben
geestelijke
uit.
ons leere bidden, doe bidden, ja
Hij
nooit het zahge van die heilige kunst aan zijn eigen
zal
ervaren.
ziel
Hierin
kan,
dat
men nu
reukwerk voor
's
Heeren aangezicht kan opklimmen. Wilde
beantwoordde,
dan zou hieruit volgen, dat aan
gebed moest verboden worden
het
mocht
toe
volkomen waar, dat een onbekeerde geen gebed bidden
gebed afsnijden, dat niet aan den hoogen eisch van het waar-
gebed
achtig
keerden niet
is
als
elk
de rechtvaardiging van de gebeden der nog onbe-
tevens
ligt
Het
keerden.
;
aanzetten, en ze niet aan het gebed
hoogmoed ging dan ook soms
nemen.
Geestelijke
van wie
in ons oog niet bekeerd was, kortaf
zonde
te
mocht
noemen en
er hen
laten deel-
om
zoover,
onbe-
alle
men
of althans dat
gebed
alle
te verachten.
Zoo echter heeft de kerk van Christus nog nooit geoordeeld. Integendeel, heeft er steeds op aandrongen, dat de ouders van jongs af de kinderen
zij
tot
zinnen er
en
aan
onder
zouden
gebed
het
bij
en
opleiden
er
samenkomsten het gebed
oefenen
in de huisge-
dat
;
in eere zou blijven en dat allen
zouden deelnemen; en dat in de openbare godsdienstoefeningen, aller
deelneming,
de
publieke
worden. Die goede practijk hield onder
en het
stand,
in
is
dienst der gebeden zou gehouden alle
Christenen dan ook nog steeds
alleen in de huisgezinnen der ongeloovigen, dat de kleine
kinderen des avonds ter ruste worden gelegd, zonder de knietjes voor den
Heere hun God
nu
later,
bij
te
hebben gebogen. Die herinnering
de vroomsten
teeder en heihg.
En
kleine
zij
zelfs,
het
al,
als
nastamelen, toch
blijft
onze jeugd werkt
niet anders deden,
het besef ons steeds
De
altijd
hoe we
hoe dat kinderrijk
ontwikkeld
uit later dagen.
overtuiging dat het gebed pUchtmatlg
eiken dag
weer
zijn,
dan half begrepen
bij,
hjke bidden vaak meer van het echte gebed had, dan menig
gebed
maar
volstrekt niet weerzinwekkend,
dat we ons zeer goed bewust
kinderen vaak
destijds
klanken
uit
is,
dat alle kind des menschen
moet bidden, en dat God het gebed van
eischt, zoodat
Hem
te kort doet
elk
menschenkind
en in gehoorzaamheid
altoos
te kort schiet,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's