E voto Dordraceno - pagina 404
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XVL. HOOFDSTUK
ZOND.
406
van Israël." En in Psalm
meente
XCV
XII.
jubelde Israël vanouds, en jubelt
nóg het volk des Heeren aan alle einden der aarde len en ons nederbuigen voor
nu
hierbij
„Komt,
:
laat ons knie-
den Heere die ons gemaakt heeft." Dat het
niet in de eerste plaats
om
het knielen
bied dien het knielen uitdrukt, te doen
maar om den
zelf,
eer-
spreekt vanzelf. Er wordt door
is,
de hdligen Gods in de Schrift, dan ook wel staande en zittende gebeden
maar ontkend mag toch dan
De
tegengestaan.
is,
misverstand
en
buigen
knieën
Roomsche
is
die
sommige Protestantsche kringen
in
dan ook kwalijk
omdat
te verdedigen,
hij
op
oorzaak heeft. Het was namelijk,
andere
een
aangemoedigd,
Koomsche kerk gewoonte, dat de aanwezige schare de
zal,
als
na de
kerk,
en
rust
nog, in de
is
die door de Schrift eer wordt
tegenzin
tegen het knielen bestaat, een
dat het knielen een uitdrukking van onzen
niet,
eerbied onder het bidden
de priester de hostie opheft. Die hostie acht de
consecratie, goddelijke aanbidding waardig, en het
men met Rome
knielen voor de hostie werd alzoo een belijdenis, dat
de
geconsacreeerde hostie eert als ware ze Christus zelve en dus God. Dit nu
maakte,
dagen van de Reformatie der 16e eeuw, het knielen
in de
dat
men nog Roomsch men met Rome
(voor de hostie) als teeken gold dat
knielen (voor de hostie) als bewijs dat
met
van
„wie
Te
religie waren."
de
nu
dier oorzake
bleef,
om
geloovigen geopenbaard, en
der
onder
ons
goed
zoo
als
in de kerk te knielen,
is
zich
iemand onder
of noodigde een leeraar zijn
men
geknield tot
God
nisme
dat nog algemeen afkeuring zou uitlokken.
zien,
stellig verkeerd.
te roepen, zoo
Een gemeente
zou
de vergade-
in
althans het openbaarlijk knielen
Onderwond
afgeschaft.
niet-
meeging
heeft zich in de
dagen der Hervorming een sterke reactie tegen het knielen ring
en het
brak, en
gemeente
ons,
uit,
om
hierin allicht een krypto-Roma-
die telkens zingt:
Toch
„Komt,
is
dit zeer
laat ons knielen
voor den Heere, die ons gemaakt heeft en verkoren," en desniettemin terug
gou schrikken op het enkele denkbeeld, dat men, nu ook de daad
woord
saam
voegende,
knielen
ging,
dat de uitdrukking: „Voor
toch
toe,
wel
verstaan
mag
worden,
bij
het
weerspreekt zichzelf. Al geven
we
Hem
zal alle knie zich
alsof er stond
:
„Hem
zal alle
buigen" zeer
mensch eens
goddelijke eer bewijzen;" toch ligt in de uitdrukking zelve altoos opgesloten,
onzen
dat het buigen van de knie een creatuurlijken eerbied
is.
Gode
welgevallige uitdrukking van
De houding van
ons lichaam behoort in
het gebed uitdrukking te geven aan ons gevoel van kleinheid en geringheid en ootmoedigheid voor de Majesteit des Heeren
zonde ons de zijn
God
op
ziel
benauwen,
is
de knieën gaat,
daan, neerknielt
bij
;
en waar schuld en
het even natuurlijk, dat een mensch voor als
dat een kind zoo het kwaad heeft ge-
den schoot van
zijn
moeder.
En
al dient
toegestemd,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's