E voto Dordraceno - pagina 538
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. LI. HOOFDSTUK
540 recht vaardigd
gij
het
en
wist,
God de Heere
dat
hierin,
eer
II.
uw komen
bestond
werk der rechtvaardigmaking ook
dit
hebt
hiervan
in zijn
maar vrucht en zegen en
persoonlijke toepassing op u, voor u ontsluierde,
genieting
tot geloof juist
toch alleen in zoover het bewustzijn en het
ge
besef hiervan voor u en in u opleeft. Sluimert het in u, dan zijt ge daar-
om
maar dan moet ge u toch
verloren,
niet
uw God
vaardigd voor
hooge en heerlijke zaak, dat ze
zaglijk
verloren gevoelen. Gerecht-
en een kind des Heeren te
zijn,
zulk een ont-
is
onze bevatting verre te boven
al
gaat,
en er voor een oprechte van hart, die zich zijner zonde bewust
bijna
niets ongelooflijker schijnt,
dan dat ook hem
scheiding zou toekomen. Te gelooven in
wonderen,
dan
te
in
Woord,
zijn
gelooven dat
uw
die Goddelijke onder-
God, in
zijn Christus, in zijn
nog veel
in zijn oordeel, het is alles
arme zondaar en verlorene
gij,
van God en in het bloed des Lams
u
in
gerechtvaardigd
de gedachte, dat hij niet zoo geheel onwaardig was,
dus
hij
men werwerping den
Een man omdat
als hij
dat gemak-
nog omgaat met
om
datgene mist wat hier eisch
van zichzelven.
ergsten aller zondaren en juist
deze eere te ont-
is,
t.
w. een volko-
Paulus zag in zichzelven zulk diep inzicht in eigen
verdoemelijkheid bezat, daarom en daarom alleen kon
en
verdorvenheid
krachtig opwassen tot het wondere geloof, dat hem, den ergsten
zoo
hij
juist
lichter,
zelven, een kind
Wie
zijt.
kelijk gelooft, gelooft het niet, eenvoudig wijl zulk een
vangen, en
is,
zoo gaat het nog.
Wie
dan
niet
kennis van zijn zonde eu ellende bezit, vindt het niet zoo
oppervlakkige
hem
wonderbaar dat God de Heere hooge
tamelijk
En
genade was geschied.
aller zondaren,
gedachte
onder
zijn
kinderen opneemt.
van eigen voortreffelijkheid zou
hij
de
Bij
het veeleer
vreemd hebben gevonden, indien God de Heere anderen had aangenomen
hem
en
drong,
voorbij
en
zijn
weggezonken,
maar hem genade
is
ware
gegaan.
Wie daarentegen
zijn
verlorenheid
is
en het klaarlijk begrijpen zou dat God elk ander aannam,
voorbijging, en
nu
staat voor het onbegrijpelijke, dat juist
hem
geschied, zulk een kan niet uit zich zelf tot het geloof in zijn
rechtvaardigmaking komen, dien moet dat geloof
God geschonken worden, en van
diep in zijn ellende in-
onredbaarheid doorleefd heeft, en in
als
een genade van zijn
in zulk een werkt juist
daarom het gevoel
eigen geringheid en eigen doemwaardigheid gedurig weer tegen zijn
geloof op.
Omdat
hij
het geloof, het wondere geloof door de toepassing van het
heil in Christus
God
ontving,
op
zijn eigen ziel, niet uit zichzelven heeft,
daarom kan ook alleen
hem
hem opwekken
en
en sterking van
zijn geloof
in
zijn
ondersteunen.
kan
in
God
En
maar van
dit geloof telkens dit nu,
die
zijn
weer in
weeropwekking
geen anderen weg plaats grijpen, dan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's