E voto Dordraceno - pagina 435
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLVI. HOOFDSTUK
de hemelen
De
is."
437
II.
beteekenis die in deze bijvoeging
Ome
strekt niet alleen op hetgeen in het
steunt das vol-
ligt,
Vader voorkomt, maar op het
doorgaande onderwijs van den Christus, en dit doorgaande onderwijs van Jezus ons
„de hemelen
dat
leert,
voeten."
zijner
dan volkomen bevestigen, wat geheel de Schrift
niet anders
doet
Of
nu
dit
troon zijn, en deze aarde de voetbank
zijn
strookt
met de
het
der hemelbollen de eene maal boven
men
Dat
Gods. Tot zulk een ontkenning kan
Maar wie
van op
in plaats
gansch groote
heelal,
bekennen,
harte
zich van
de wenteling
wat straks onder komt,
is,
is
volko-
men
wel geraken, indien
men
alleen
kleine aarde en haar positie als planeet, tegenover de zon.
onze
op
let
bij
nooit tot een ontkenning leiden, van de woonstede
maar kan
waar,
men
voorstelling, die
heelal maakt, doet hier niets aan af noch toe.
welks indenking
bij
geheel
die hij
we
onbekwaam
dat
heelal, let op
van het
deeltje
dit kleine
reeds duizelen, die zal van
om
is,
in het mysterie in te
dringen, hoe dit mateloos heelal in de oneindige ruimte bestaat, ja of er
een eindelooze ruimte
Elke
gansch
dat
Schepper
den
om
als
as,
te
om
te brengen.
zouden
We
men
God moeten
„die in de hemelen
Wij,
dan
ligt
het
digheid.
zijt",
er steeds op aan,
voor
de
over
niet in creatuurlijken zin,
de
zich
woonstede op,
hemelen
zoo is.
Gods, dikwijls
we
maar
i.
we
die bijvoeging
geestelijk
die niet tevens in de
hand,
zouden
vloeien,
dat
we
is
ruimte en in
Hij altoos buiten tijd,
dat ook de beperking der ruimte niet op
Vandaar de
belijdenis
alomtegenwoordigheid
te
d.
bestaan niet anders dan in tijd en ruimte, en
waarvan het Goddelijk leven de
het
is
Om hier een oordeel
dat
nu God de Eeuwige, en bestaat
toegepast.
Maar
Pantheïsme
Daarom
haar
zijn.
creaturen
tijd bestaat. Is
Hem mag
om
het heelal van buiten moeten bezien,
kunnen ons geen voorsteUing maken, den
den
tot
voorstelling in overeenstem-
weten hier eenvoudig niets van.
Deswege drongen onze vaderen
opvatten.
verhouding
uit de planetarische gegevens, eenige bedenking tegen
vellen, zou
als
in zijn
ons een volkomen geheimenis.
blijft
hoe we
zelfs niet gissen,
af te leiden, als het anderzijds mogelijk zou zijn, het
Vader
kunnen
weet het niet eens.
verandering onze positie tegenover
welke
Vader met een concrete planetarische
Onze
ming
en
kunnen,
haar zon,
Ome
kunnen
hij
ondergaat door de wentelingen der planeten zoo
even onmogelijk, het
We
in zijn samenstel en
heelal
denken
Schepper
dit heelal in zweeft,
ontgaat ons hier.
voorstelling
ons
waar
is,
dan
toch
uitstraalt,
van
zijn
onderstelt,
een
centrum,
alomtegenwoor-
om
niet
een
in
en dat middelpunt noemt de Schrift
de Genadetroon, en daarheen heft onze
God
het
middelpunt
aanroepen,
als
onze
Vader,
ziel
die in de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's