Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 217

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 217

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

217

ZOND. XXII. HOOFDSTUK IV.

wat

beroep

het

de Schrift aangaat, zoo zal toch wel vaststaan, dat

op

en

nu

Schrift

Schrift

geleerd

wordt, dat „velen geroepen

uitlegt,

als

in die

Schrift zoo stellig en beslist

maar weinigen

zijn,

uitverkoren", en

dat de goddeloozen gaan zullen waar de buitenste duisternis

dan

afgrijzen,

het toch wel vanzelf, dat

spreekt

„menschen" kan maar op

is

en eeuwig

hier niet op alle

alleti

„geloovigen" moet slaan.

alle

VIERDE HOOFDSTUK. En

dat het stof wederom tot aarde keert als het en de geest weder tot God keert, die hem

geweest

is;

gegeven

heeft.

Pred. 12

In tegenstelling met velerlei dwaling

is

scheidt, terstond

Heeren wederkomst verbleven

's

hereenigd wordt met haar alsdan

nu natuurlijk

Hierbij hangt

mensch wel

als

te

alles

beschouwen hebben,

te

ziel,

gemeenschap

die in

na den dood in een aanvan-

gelukzaligheid overgaat; en na in dezen toestand

van

toestand

kelijken tot op

uit dit leven

7.

dan, naar luid van onzen Cate-

chismus, dit de Gereformeerde belijdenis, dat de

met Christus

:

te

in

zijn,

dien doorluchtigen dag

verheerlijken lichaam. af van de vraag, als hoedanig

saamgesteld uit

als

ziel

we den

en lichaam, dan

organisch één. Thans oordeelen de meeste wijsgeeren, en op hun

voetspoor een aanzienlijk aantal godgeleerden, dat van eene samenstelling

van den mensch ons

niets

aan

te

uit

anders

nemen.

de

ziel

lichaam

uit ziel

overblijft,

dan

in

zijn,

en dat

den mensch een organische eenheid

waaronder dan verstaau wordt, dat óf het lichaam

Iets

voortkomt,

beide

en lichaam niet langer sprake kan

slechts

óf

twee

de

ziel

uit het lichaam,

onderscheidene

uitingen

of wel, dat ziel en zijn

van het ééne

menschelijke wezen.

Uiteraard gaat dit verschil diep. Zijn we toch geestelijk van Gods geslacht

en

lichamelijk

nochtans feitelijk

Gelijk alle

ziel

het in

aan

tastbare

schepping

verwant,

en lichaam organisch één in ons volstrekte

ons dan

onderscheid

slechts twee

de

ziel

onderscheid tusschen

zijn,

God

en

en

zijn

en lichaam in den grond hetzelfde

tusschen geest

stelt

men, dat

dan heft men hiermee schepping op. zijn,

valt

dan

en stof weg. Geest en stof blijken dan

woorden voor eenzelfde zaak

te zijn,

twee verschijningen van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 217

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's