E voto Dordraceno - pagina 528
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. LI. HOOFDSTUK
530
den Naam, op het Rijk en op den Wil des
richt de biddende ziel zich op
Heeren
in de vierde bede op ons
;
En
bede op zichzelve.
nu
dit
I.
is
lichaam
;
maar
in de vijfde
oorzaak, dat de hede
om
om
gaat van een belijdenis van vergeving, en dat de bede
Op
tot zijn hart.
bede toe
smeeking
dit laatste
met elkander
om
eerst de eigenlijke bede,
De bede
in onlosmakelijk verband
om
ome
Vergeef ons
:
Vader
Onze
ternis in het
niet
:
gezet.
Bezien we daar-
schulden,
wonderbaar
met
is
men op
een bede, die
hebben verwacht. Gaat men toch
niet zou
belijdenis bevestigd wordt,
bede,
worden
eerst daarna stil te staaa bij de belijde-
w. dat wie hier bidt overgezet
t.
licht,
zichzelf in
uit
van de
bede door de aan haar toegevoegde
juiste onderstelling, die vooral in deze
een
de vijfde
aan haar vastknoopt.
die zich
het
we aan de zesde
als
te stellen, dat
en een belijdenis bestaat, en dat deze twee door Je-
uit een bede
zus
nis,
komen we terug
Thans volstaan we daarom met vast
zijn.
verlossing xan
men Satan toegang geschonken
zonde gepaard gaat met de belijdenis, dat heeft
en de zesde
vergeving verzeld
is
uit de duis-
dan zou men veeleer een dankzegging dan
Of zegt de Apostel
opzicht tot onze zonden, verwachten.
„Wij dan, gerechtvaardigd zijnde door het
God
geloof, hebben vrede bij
door onzen Heere Jezus Christus;" en verklaart de Catechismus de recht-
vaardigmaking niet
noch gedaan,
digd ben, en het
God
mijn
had
is
als
nu
is,
„als
had
dan ook voor de hand: „Als
ligt
zijn
van u
in Christus,
wat
zal ik
dan nog bidden: „Vader, vergeef
dat
ge
En uw
bede: „Vergeef ze mij,"
is
dus eigenlijk een bewijs,
aan de vergeving uwer zonden nog niet ten volle
moet men dan ook
bedenking metterdaad
zoo, dat
maar
making
zich wegdenkt. In de
was
al te
dit
hoog
opgewekt
God
verzoend te
niet aanstonds op
menig kind van God
zonden
formatie
in zijn
zij
besef
maar
gebed
vergeving van
eeuw der Apostelen, en
in
de eeuw der Ke-
van
het zalige gevoel van in Christus
met
zijn,
niet
is
anders. Uit alles blijkt, dat in die twee perioden leven,
metterdaad het gemoedsleven beheerschte. Maar in
te zeer verzwakt.
rechtvaardigmaking door het geloof
vaardigmaking
om
Deze
want het
dikwijls zijn geloof verloochent en zijn rechtvaardig-
geestelijk
al
gelooft.
zetten;
de eeuwen die daarna kwamen, en in onze eeuw vooral, lige
ge kwijt. Die
zijt
Die kuunen u niet meer vergeven worden, omdat ze reeds
af.
zijn.
ik gerechtvaar-
stond ik volkomen rechtvaardig en zonder zonde
mij mijn schulden." Die zijn u immers vergeven. Die
vergeven
zonden gehad
ik nooit
het al volbracht, wat Christus voor mij vol-
ik
De vraag
bracht heeft."
voor
alzoo, dat het
als
ja,
op
is,
overschoone
is
dit rijke,
Wordt men ondervraagd,
za-
of er geen
en of de Catechismus ons deze rechtwijze
uitlegt,
dan bekent men wel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's