E voto Dordraceno - pagina 33
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND.
Er
XXXViri. HOOFDSTUK V.
35
namelijk, die zich inbeelden, dat innerlijke geestelijke verrijking
zijn
hier volstaan kan, en dat wie de hoogeschool des Geestes kent, de hooge-
kan
aarde
op
school
onwaar en gaat
stellig
zeggen als
Dat
regel.
en verachten.
voorbijgaan
het
in
nu
lijnrecht tegen de Heilige Schrift in.
aan dezen of genen van inzicht
dit
belieft,
Let wel, we den Heere
op zeer bijzondere wijze
zijn kinderen, niet alleen
Woord en gave
als regel
is
er toch uitzonderingen bestaan, en dat het
een enkel maal, naar den nood der tijden
ook
En
maar
geestelijk inzicht,
mag
der sprake te verleenen,
zoo
weinig geloochend, dat onze Gereformeerde kerken in het bekende Art. VIII dit
veeleer
tot
den
Dienst
des
Woords
voor
ontsluiten
te
metterdaad deze singuliere gaven door God aan te
Een
zijn.
die
niet zoo kleine
Gods
kerk
gesticht
waarmee sommigen
neerslaat,
verhoovaardigen.
de
feit
den
zich
hoogheid
Alle
man van
zelfinbeelding
in wien
iegelijk
kerk bleken gegeven
maken van mannen,
te
studie er van
is
dat
studie
er
daarom
reeds
hoogmoed en
de
vermelding zelfverheffing
op hun studie en kennis van talen
den Heere onzen God een gruwel, en
Godswege gesteld
aan
om
is,
man van
beschamen, zoo staat er de
te
mannen van
de
Een
hebben.
omdat het noodzakelijk
verdient,
om
ware dan ook op
lijst
een
zijn
den loop der eeuwen, aldus begaafd waren, en op zeldzame wijze
in
gelijk
hebben den toegang
uitdrukkelijk erkend, en nooit geaarzeld
alle geestelijke
singuliere gaven,
te herinneren, dat ze in zichzelven
niets zijn.
Onder
dit
voorbehoud staat het echter vast, dat opvoeding aan beide
hoogescholen regel moet
Heere
in
zijn.
Bijna alle
mannen van
kracht, die
God de
loop der eeuwen aan zijn kerk geschonken heeft, en
den
name ook onze beroemde Gereformeerde
met
godgeleerden, zoo hier als in
Engeland, een Calvijn en Bullinger, een Voetius en Walacus, een Perkins
O wen,
en niet,
zijn
een Brakel en a Marck, een Comrie en Smijtegelt, en wie
én
uitwendig
hoogeschool des Heiligen Geestes gevormd.
de Catechismus het zoo
al
op de aardsche hoogeschool én inwendig op de
stellig
En
het
is
uit dien hoofde, dat
op den voorgrond plaatst, dat ook de Scholeti
moeten onderhouden worden.
De Wederdoopers hebben
dit steeds ontkend,
hun dwaling, dat onze Gereformeerde kerken
Wat had, om
inprentten. beliefd
te
toch
en het
dit steeds
de zaak? Het had ja kunnen
is
zijn rijk
is juist
aan de gemeente
zijn,
van Genade geheel buiten het
dat het
rijk
der
plaatsen; juist datgene wat de Wederdoopers altoos drijven.
natuurlijk
zouden
de
kinderen
Gods
niet
tegenover
met menschelijke
Gode
Natuur
En dan
studie,
met
wetenschap, of geleerdheid van doen hebben gehad, en zouden ze in hun Bijbel
de waarheid in klaren gereeden vorm hebben gevonden, zoodat ze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's