E voto Dordraceno - pagina 344
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
346
XLV. HOOFDSTUK
ZOND.
onze zeer kleine lievelingen een levensuiting
God
óf tegen
Er komt
in.
wat
al
Reeds
ingaat.
in het zieltje
wat verborgen was. Al wat
is,
Gode
eere brengt
iets
ongemerkt.
zoo
den
we
eeren
waarmee een kind van
stillen ernst
den hemel dit
al
sluit
uit
dat onbewuste gillen
al is er stellig
drie of vier jaren de
en de handjes opheft, en
zijn
oogen voor
gebedje stamelt, toch heft
het onderscheidend kenmerk niet op, dat voor alle menschelijk
alles
Dit bewuste karakter heeft ook wel zijn schaduwzijde. Juist
bewuste
bidden
zijn,
Niet
minst
het
we aan
het zoo vaak onder de spanning waarin
lijdt
wuste
karakter
verstoren
van
ons
gebed
Kortom, ons bewustzijn
prikkelt.
macht,
verschrikkelijke
waarin
de
de zee
zijn
heel
en
zelfs
soms
dat
element leven
zijn
is,
drijft,
moeten
wie op het land
is
dit be-
en mooi bidden"
voor ons gebed vaak een bange, booze,
maar toch
uit
blijft.
en
hij
kan het niet anders of de gevaren, die diezelfde zee
En
zoo ook
Het vindt
in dat bewuste
dit
bewuste
omdat
zijn
met
leven
opkomen; voor hem meer dan voor het met ons gebed. Ons gebed
is
gelijk het scheepje over
leven zijn
het ontleent er zijn kracht aan. uit
nooit in een anderen zin, dan
buiten de zee niet kan, en op de zee
den eceaan van het bewuste leven
;
tot »sierlijk
is juist
zee zoo vreeselijk kan worden voor den zeeman. Juist
bedreigen
danst.
verhinderen. Het
of in het voorbidden voor anderen tot hoogheid en zelfbehagen
verleidt,
soms
ons bewustzijn komen de booze dingen op, die zoo
uit
gebed
gedurig ons
dat
als
bewustzijn door allerlei belangen en gebeurtenissen wordt gehouden.
ons
ten
ligt.
wordt ons bidden moeilijk. Juist omdat
toekomen,
ons bidden bewust moet
in
gaat, o,
aanbidding in
gebed ten principale in het bewuste karakter van de aanbidding
het
En
uit dien hoofde het stille lachen
kermen van het jonge wicht, en
luider
of
Maar ook
bij.
later tot bidden in staat zal stellen is dus reeds
kermen naar het bewuste bidden van het volmaakste gebed
en
alles
zit
hetgeen school naar buiten treedt en uitkomt
aanwezig; en de overgang
in het kleinste wicht
die óf
van het kleinste kind
nu uitgezonderd) nooit meer
(de wedergeboorte
later geschiedt is dat
IV.
element. Het kan
Maar juist
dit
drijft
de golven er niet bui-
brengt dan ook teweeg,
leven zoo menig gevaar voor de gezondheid en de
zuiverheid van het gebedsleven oprijst.
Gemeenlijk merkt
men dan
het gebed eerst schoon uitkomt,
baar in
nog,
uiting
dat
is
van
naieve
maar om
van het bewustzijn
niet niet zoolang daarna zeer merk-
zinken. Bij een kindeke van zeven tot tien jaar staat het ge-
te
bed hooger dan ook
ook, hoe bij het ontluiken
bij
dan
een wicht van drie tot zeven. Het bidden, hoe naief reeds
een
spreken tot het Eeuwige
gemeenschapsoefening.
Wezen geworden,
Maar komt ge nu daarna, dan gaat
allengs weg, zonder dat het bewustzijn nog genoeg geheiligd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's