E voto Dordraceno - pagina 24
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XVIII. HOOFDSTUK IV.
24
Overmits nu echter de goddelijke natuur juist aZomtegenwoordig
men dus
nooit zeggen kan, dat
zou
niet
lijke
waar de menschelijke natuur
is,
en
de godde-
is
zoo vervalt deze tegenwerping vanzelf.
zijn,
Nooit en nergens kan van de goddelijke natuur gezegd worden, dat ze ergens niet zou
Ze
zijn.
des Middelaars
natuur
„Overmits
terecht:
overal,
is
zijn.
En
Godheid onbegrijpelijk
de
besloten of begrensd kan
bevat,
moet volgen dat
en dus moet ze ook in de menschelijke
de Catechismus antwoordt dan ook zeer
ze te
gelijk
te veel zegt,
Want immers,
het
God ook daar
hel.
w.
is
houdt geen
is,
uw lichaam dan Anders
Christus' wil
En
in
is,
steek. al
beddet
u in de
gij
maar, en dit wordt door wie zoo spreekt uit
in zijn schepsel tegenwoordig op zeer onderscheiden
in
uw
ziel.
in een engel
Anders
in een
dan
een duivel. Anders in hen die
in
worden aangenomen dan
onze
lelie.
Anders
in
overmits het nu in den Middelaar
Zoon
zoo
is,
elk schepsel naar zijn aard.
in
vruchtige.
door niets
en dat zulk een redeneering
Anders in de electrische kracht dan in het groeien van de in
z.
blijft."
volkomen waar, dat ook
is
zijn zou,
God
het oog verloren,
manier en
d.
hiertegen heeft ingebracht, dat in dien zin de presentie
des Heeren ook in de hel en in den duivel
dus óf niets óf
is,
én buiten hare aangenomen menschheid
én nochtans persoonlijk met haar vereenigd
En wat men
1)
en dus overal tegenwoordig
zijn,
goddelooze dan in een god-
om
den eeniggeboren Zoon. is
een persoonlijk zijn van den
aangenomen menschheid, zoo openbaart
zich de Godheid
dien Middelaar ook op geheel eigene wijze. Niet inwonend noch instra-
in
lend,
maar
zijnde in
den Middelaar de Persoon
zelf, die
onze natuur aannam.
VIERDE HOOFDSTUK.
Indien
gij
dan met Christus opgewekt zijt, zoo zoekt zijn, waar Christus is, zittende
de dingen, die boven
aan de rechterhand Gods. Col. 3
De over.
')
belijdenis onzer kerken laat dus niets
Op grond
Onbegnjpelyk had
Nu
is
te
1.
wenschen
der Heilige Schrift gelooven en verkondigen we: ten
onbegrypehjk" beduidde den.
aan duidelijkheid
:
P.
oudtijds tweeërlei beteekenis, eigenlijk en overdrachtelijk. „De zee :
De
zee
is
is
zoo groot dat ze nergens in kan besloten of begrepen wor-
onbegrypelyk alleen nog figuurlijk in gebruik.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's