E voto Dordraceno - pagina 86
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XXXIX. HOOFDSTUK VIL
ZOND.
88 vader
wel het hoofd, maar
is
er is ook
Ge moet
niet.
nog een zeer
woord
zijn
verleidelijlf
spreek-
Het
ons influisterend dat wat niet gezien wordt, ook niet deert.
woord,
hart
vrouwelijk
zonde
deze
meent dat zoo
hij
En dan
zoo streng niet opnemen.
dan
schijnt
over
ook
meer dan dat van den man
veel
tot
Althans zoo ge de verhalen hoort, die deze
te neigen.
vrouwen zelven gedurig doen van haar getob met haar dienstboden, dan ge een blik in een droeve onordelijkheid, gelijk die noch in de ka-
slaat zerne,
noch op een natuurlijk
Niet
noch op het kantoor in die mate denkbaar
fabriek,
alsof
de geest van verzet in den
man
len,
maar het
zet,
toch niet baat, en daarom
zet
op
gemeenlijk
inziet,
is.
zou woe-
dat al zulk klein ver-
in den regel in het gareel loopt,
van ernstiger consequentie
schaal en
grooter
weerstand uit
om bij
ver-
kracht van
al zijn
In onze vrouwenwereld daarentegen geldt het min-
te putten.
zaken, minder ernstige aangelegenheden, meest allerlei kleine
groote
der
schijnt dat de
man minder
dingen van het huiselijk leven, en juist dat minder gewichtige schijnt onge-
merkt de
tot verzet te prikkelen
soms
slimheid,
weet
heid
waarmee
zij
in
zich aan de onderdanig-
zij
bijna altijd iets geoorloofds,
ontrekken,
te
en als de zwakkere in kracht schijnt
;
sluwheid,
in de
soms
iets
eervols,
niet zelden iets genottelijks te vinden.
Zou men nu gelooven hoe deze schijnbaar onschuldige weerspannigheid die zelfs tot in onze Christelijke kringen vrij
van het vrouwelijk gemoed, sterk
is
doorgedrongen, metterdaad mede verantwoordelijk staat voor de gruwelen,
ontzettende
die
toch
volksopstand tot moord en
menigen
zoo
bij
En
doodslag hebben geleid ?
dit zoo.
is
Het
is
nog
altoos Eva, die in
het eten van een verboden boomvrucht, heusch, zulk een kwaad niet zien
kan en daarom
er schik in heeft
om
in zoo kleine zaak tegen het gebod
De
in te gaan, en toe te geven aan haar lust.
zelve in 7 Tim.
n:14: „Adam
is
in de
vrouw
in,
dan ook
niet verleid
geworden, maar Ae vrouw,
En
diezelfde geest zit ook thans
verleid zijnde, is in overtreding geioeest.'"
nog zoo zeer
schrift getuigt het
dat als haar nóg geboden werd
:
„Van
boom dezes hofs zult ge eten, maar van dien éénen boom moet ge ven", ze nóg zou zeggen:
„Wat
gekheid,
om
alle
afblij-
aan dien éénen boom niet
te mogen komen," en er nog van plukken zou.
Dat nu deze geest van verzet veeleer van de vrouw dan van den man uitgaat, is zeer natuurlijk. Immers de vrouw is de zwakkere en de vrouw is
het creatuur dat
de
man
de
vrouw
dubbele
met zelfbewustheid onder een ander gesteld is, terwijl om onder God te staan, maar tevens boven
wel geroepen werd
werd
macht
gesteld.
boven
De vrouw
zich,
terwijl
stond
de
man
dus van meet af onder een wel
God boven
zich,
maar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's