E voto Dordraceno - pagina 549
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXVI. HOOFDSTUK
ZOND. tot den
lijk
den
en
En
duurzaam.
Doop komt, wordt de betrekking tusschen deze
heiligen
nu wordt
eerst
dat deze persoon van Christus
Lichaam,
een medelevend
als
man
Zoo lang een
doet.
Da
als
en Christus dezen persoon in
Costa, hoezeer ook in zijn ziel reeds voor
schap met Christus' kerk nog niet
brak met de Synagoge en
Doop
vol.
En
en was de gemeen-
iets,
Da
eerst toen
Costa ten leste
de Pieterskerk te Leiden door den heiligen
in
gemeenschap der Christenheid wierd opgenomen, wierd
de
in
Goël klevend, nog uitwendig aan de
zijn
ontbrak er nog altoos
bleef,
maakt
zijn heilig
ook voor diens eigen bewustzijn gelden
lid,
den Christus gewonnen en aan
Synagoge verbonden
die vaste betrekking geboren, die is,
betrekking tot zijn
ziel
nu wordt het voorloopige blijvend en
Eerst
ware.
de
Christus
549
VII.
Immanuël wat
die zijn moest.
En
die
we dus
zoo houden
deze twee staande: 1", dat aan den Doop reeds zekere band en betrekking
met den Christus moet voorafgaan; en met den Christus
En nu
band met
het
Hoofd
hij in
kiem en
des Lichaams.
het tweede punt. Indien we zoo straks spraken van een socialen ons
die
trek
dat deze band en betrekking
den heiligen Doop wordt, wat
eerst door
beginsel zijn moet, de
2.
ontving,
geloof
waartoe het geloof zoo van
in
zelf in
onderscheiding
van
de
den pas beginnenden
eenzelvigheid
neigt, en dit bij
gemis aan een ander woord door gezellig vertaalden, versta niemand ons mis,
waarin hoogt. dit
bedoelen we daarmee slechts een mildere genieting, in den zin
als
het
Al
woord sociaal of
uit,
die in de
Het
Mits
en
bepaalt,
zaam dacht
is
dit
Lichaam van Christus
alle beloften
dit
zóó, dat het zijn alle
schatten der
der eeuwige erfenisse in zich besloten heeft.
er buiten het
Lichaam des Heeren geen
geluk, geen eeuwige vreugde; want al wat
en
Hoofd
ligt.
slechts niet tot de zichtbare verschijning der kerk op aarde
u
ge
immers met
en dat het door het bezit van
bezit,
verzoening
gezellig, in het allerminst de diepte des rijkdoms niet
gemeenschap met het Lichaam van Christus besloten
staat toch
Hoofd
verkeer de vreugde ook des aardschen levens ver-
gezellige
biedt toch onze taal geen duidelijker uitdrukkingen, toch put
al
zaligheid, geen duur-
God
in zijn
genade
wat de Christus door zijn lijden en sterven wrocht,
is
uit-
ten
goede gekomen aan dat Lichaam des Heeren, en aan dat Lichaam alleen. "Wie
dus,
als
missende
zijn
Doop, voor
zijn geloofsbewustzijn
nog buiten
dat Lichaam staat, die heeft wel het gerucht gehoord van het heilsgoed
en wel het beloofde land van verre gezien, maar die toeft nog altoos voor
den drempel van het Paleis, waarbinnen opgetast.
En
eerst
zijn geloofsbewustzijn
wanneer in deze
hij
al
de schatten des heils liggen
door den heiligen Doop alsnu ook voor
gemeenschap ingaat, dat
heilig
Huis binnen-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's