E voto Dordraceno - pagina 265
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XI. HOOFDSTUK
259
II.
ingedrongen, dat ook vele geloovigen over zulk een opmerkelijk leven,
maar op dien stroom mogen we
moet
's
Heeren volk
weer
gaan
heid
voor
Nazareth het
een engel
moet weer
het
Een
uit.
den
den
kwam
die engel
den
mee,
last
Naam
man
gaat
engel, die uit de verborgen, geheimzinnige wereld der
om
oog ontdekt en als
zijn
nachtbewustzijn te voorschijn
maar
niet uit zich zelf of uit eigen aandrift,
was gezonden. Gezonden door den Drieëenigen God, en hij
voorstellen, en in
naar dat stedeke, naar dat huis, naar dien
lichtsluier der heiligheid voor zijn
En
treedt.
werkelijk-
klare, levende, bezielende
eeuwige dingen zich plotseling in den droom aan uit
Heeren majesteit
's
woonhuis van Jozef, met den timmermanswinkel
kleine, lage
En
been-
Eer integendeel
afdrijven.
Ge moet u Nazareth kunnen
worden.
in het achterhuis.
mee
zulk een goddelijk vrerk van
in
inleven;
ons
niet
feit
zending kreeg
bij die
voor alle eeuwen en voor alle natiën op eenmaal
vast te stellen,
waarmee de kinderen der menschen den Gezalfde
noemen zouden.
De
bijomstandigheid
droom
te
als
viel,
nachtleven het
den
in
dagleven,
in het minst niet misbruikt,
droom
is
En
of
aan Jozef in een
heerlijke openbaring
maar
om
iets
zijn.
in ons nachtleven be-
dat Hij
feit,
ons zijn engel zendt niets af of toe. Ook in den droom
van
voortbrengsel van onze verbeelding,
geen
Ook
Al het verschil bestaat enkel
God de Heere ons nu
zoekt of in ons dagleven, dit doet aan het
volstrekt
op de volle werke-
af te dingen.
den grond der zaak even werkelijk
in
waarin we wakker
ons bewustzijn.
voor
mag
deze
of de hooge beteekenis er van ook
lijkheid
ons
beurt
dat
ons komt of
tot is
zulk een engel
maar een openbaring
een hemelgeest, die van buiten af tot ons komt. Overdag heeft dit
plaats in een
vorm en
gestalte, gelijk
we
dag behoeven en
dit bij
in
;
den
nacht naar den aard der gestalten die ons nachtbewustzijn treffen kunnen.
Maar
beide malen
den hemel even Zoo
is
en
is
de aanraking van onze
door een verschijning uit
ziel
beslist.
blijft
dan de naam Jezus de naam
Middelaar bepaald en ons op de lippen gelegd
die door
is.
God
zelf voor
den
Niet onze liefde of onze
bewonderende aanbidding, maar Gods eigen bestel moest dien naam vaststellen.
Die naam lag in Gods heiligen raad van eeuwigheid
vast.
zou zijn wat die raad bepaald had, dat de Middelaar wezen zou. mits nu
naam en wezen
onzekerheid
of
keus
hier elkaar
En
volkomen dekken moest, was
tusschen meerdere
gewisheid wierd uit den raad Gods de
namen
mogelijk.
naam van
Met
Jezus
er
over-
geen
goddelijke
jezus voor den Messias
vastgesteld.
Deze
heerlijke, lieflijke, troostende
naam van Jezus
is
in zijn wortel
een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's