Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 532

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 532

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. LI. HOOFDSTUK

534

Ome

zeker opzicht, die bede niet in het

gaan we nog verder, en aarzelen niet

I.

Vader zou verwacht hebben.

Zelfs

uit te spreken, dat wie zich inbeeldt,

dat wel zijn erfschuld en de zonden van vóór zijn bekeering verzoend

maar dat zijn

zonden die daarna kwamen nog telkens door middel van

zijn

smeekingen moeten worden weggebeden, zich metterdaad

En toch gemoed. Men is dan

de kern van het Evangelie verloochent. is

lang niet zoo vreemd aan het

geloof gekomen, en erkent daarmee, dat

God

in de diepte der zee is

komt

dus nog onverzoend

en nu moet

;

nade ook deze zonden weer

men God

bij

en bekeering en

die bekeering lag, door

;

het zich dan voor, nu

die

nieuwe zonden

zijn

aanroepen, of Hij in zijn ge-

De

in het oogenblik

pardon voor

geloof doorbreekt, een generaal

tot boete

men

stelt

zonde opnieuw

wille uitdelgen.

Eenmaal

bestaan.

die

en

vergist,

deze laatste voorstelling

wat vóór

al

geworpen; maar, zoo

dag nog deze of

er eiken

stukken

zijn,

vergeving zou dan uit twee

van onze bekeering,

als

wat achter ons

ligt

alles

het

en

;

daarna telkens een dagelijksch pardon voor de zonde die er eiken dag weer

was bijgekomen.

Doch

ook

toch

gevoelt

van

Christus

komt dat nu

al

men

in veler voorstelling

metterdaad zoo voor,

wel, dat dit tegen het Evangelie indruischt.

eenmaal volbracht

VII opmerkzaam Eom. VIII

slot leest, verstaat

immers, hoe

noch dood noch zonde noch Satan, Gods kind eenmaal verzoend

kan aftrekken van

Wie

gen ons zijn?

nen Gods? God Christus die

ook

ter

verzekerd,

zus,

echter

drukking

voor,

Christus leeft

maar

zit,

die

ook voor ons

bidt.

liefde

Gods, die

in dezen zegeroep van het verzoende hart die

om

ons

hier

voor ons

iemand

:

te

Christus,

Ook

de Middelaar

als

den

weg

wijst,

bidden. Dit

„Mijn kinderkens,

gezondigd

onze zonde."

is

ja,

het die verdoemt?

is

die ook

is,

opgewekt

Want

ik

is,

ben

in Christus Je-

is."

Vader, Jezus

maakt,

meer

wie zal te-

dat noch dood noch leven, noch eenig ander schep-

apostel Johannes zegt

zoo

Wie

wat meer

kunnen scheiden van de

onzen Heere,

Juist

is,

Gods

rechterhand

zal

zijnde,

is,

nog beschuldiging inbrengen tegen de uitverkore-

gestorven

die

dat niets,

meer

sel mij

zal

„Of zoo God voor ons

heil.

het die rechtvaardig maakt.

is

het

is

eeuwig

zijn

Eom.

een volkomen werk, en wie na

is

aan het

tot

Het werk

heeft,

wij

is

komt één

en wel de betuiging, dat

hetzelfde als wat de heilige

ik schrijf u,

opdat

gij niet

hebben een Voorspraak

den rechtvaardige, en

uit-

hij

is

zondigt; bij

den

een verzoening voor

betuigt ons de brief aan de Hebreen

vele malen, dat

onze Hoogepriester in het heiligdom, zonder handen ge-

ingegaan,

om

daarboven het altaar voor God

uit blijkt alzoo, dat zeer zeker

te

bedienen. Hier-

onze verzoening volbracht en verworven

is,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 532

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's