E voto Dordraceno - pagina 541
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLI. HOOFDSTUK
543
II.
daarom juichende en triomfeerende tegenover Satan, maar niettemin
bui-
ten Christus, in onszelven, nog altoos
midden
we onze
knieën
tot
ons
dat wij zijn kinderen zijn en ziet Hij ons in Christus gerecht-
wel,
vaardigd,
buigen en onze
maar de man, de vrouw
met de bron, de
van
fontein
oppervlakkige niet aan.
Hem
wie teederlijk voor
God
gaat
nende
zonde
zijn
alle
die neerknielt, knielt
zonde in
zijn hart.
voor
voelt dat evenals
God beleden
zijn
nog altoos neer
Daar denkt nu de
Het gaat hem
deert dat niet. leeft,
God
onzen God opheffen, zegt
niet aan.
Maar
Paulus zeer diep en
gedrukt, en vindt geen rust alvorens
onder
er
ziel
den dood liggende. Als
in
hij
ook deze inwo-
heeft, en ook daarvoor heeft inge-
roepen het bloed der verzoening.
En
om
zoo wordt de bede
vergeving van zonde dan tevens een voor-
Immers we weten
bereiding voor ons sterven.
vast en zekerlijk dat eerst
den dood ons de genade van onzen God kan worden bewezen, dat we
in
voor
ook van die inwonende zonde bevrijd zullen worden, en
eeuwiglijk
de fontein van
dood
onzen
alle
toe,
boosheid van ons hart zal worden afgesneden. Tot op
moge God de Heere ons de genade
verleenen, dat Hij
door zijnen Heiligen Geest, die opborreling uit deze onzalige fontein voor
ons onderdrukt
;
Die moeten we
tot
Wie nu
dragen.
maar de
onzalige fontein zelve
ook
de
boosheid die
verlangen, lost te
om
eens, en
dood
is,
altijd
met
zich
omdragen van
en dagelijks den Heere aanroept, of
aanhangt wilde toedekken met het zijn
opkomen den
hart
dorst, het
dan voor eeuwig, van deze onzalige fontein ver-
worden.
En komt dan ste
hem
der verzoening, die voelt ook in
kleed
Die kan niet weg.
aan onzen dood toe meevoeren, in ons eigen hart om-
waarlijk beseft, hoe onzalig het
deze onzahge fontein in zijn hart Hij
blijft.
genadedaad uit
zijn
God
de ure, dat zijn
hem hart
te bewijzen,
weg
ure der verschrikking,
te
maar
tot
hem
komt,
ook die laat-
en ook die onzalige fontein door den
nemen, dan begroet als
om nu
hij
die ure niet als
een
een ure van eeuwige vrijmaking, de ure
waarin het werk zijner verlossing wordt gekroond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's