E voto Dordraceno - pagina 363
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND.
XLV. HOOFDSTUK
365
VII.
ZEVENDE HOOFDSTUK. En de
van verre staande, wilde ook
tollenaar,
zelfs
de oogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijne borst, zeggende: o. God! wees mij zondaar
genadig
Lucas 18:13.
Verhooring des gebeds moet, naar luid van den Catechismus, vaststaan.
Het moet bidden
niet zijn, gelijk
maar
zich
we
dikwijls inbeeldt, dat
al te
geluk af; en dat tegen één gebed, dat verhoord wordt,
goed
op
men
minstens tien andere blijven overstaan, die onverhoord wegsterven. Integeneen goed gebed behoort ook, „dat we een vasten grond hebben,
deel, tot
dat ,
God de Heere ons gebed ....
Amen"
dat ons gebed besluit, beteekenl volgens Vraag 129, „dat
God verhoord
zekerder van
veel
zekerlijk wil verhooren;" en het
Hem
zulks van
uw
in
gij
gegeven
toovermiddel,
ligt
om
dus heel
Wat men soms
van nood en
door het vallen op de knieën en het
God
ons
Niet
alsof
hem
of
haar eens verzochten voor ons
wensch wel geven", moet dan ook
onzen
maar omdat geheel deze u
is
de
ordinantie
worden.
ge
Ook
nóg geen
getuigenis
den
tegen
van wat uw hart begeert. wijze
ordinantie gehouden.
dezer
te bidden,
dan
zal
beslist tegengestaan.
aard
van het gebed
uwen God denken
doet.
een heilige kunst. Het bidden bestaat volstrekt niet alleen in
voor
als
zult,
voorstelling
„aardschelijk" in het gebed van
te
voortbrenging
de
wil door
de waarde der voorbede voor anderen ontkend moest worden,
indruischt, en
Bidden
uw
vindt, dat bij ziekte of ongeval, in oogenblikken
het wagen van groote ondernemingen, de gedachte wortel
bij
„Als we
schiet:
gij
anders, dan een u in
iets
uitspreken van een gebed, een soort wonder uit te richten en te zetten.
uw gebed
harte gevoelt, dat
begeert."
In die „verhooring des gebeds"
handen
dan
is,
waarop ge bidden
En gebeden
zult, zijt
ge aan Gods eigen
die hier tegen ingaan of
aan den eisch
beantwoorden, kunnen reeds daarom niet verhoord
niet
al geschiedt,
recht
Zoowel voor wat ge bidden
om
wat ge
in
uw gebed gevraagd
van een „verhoord gebed"
des Geestes in u ontbreekt, dat
hebt, dan hebt
te spreken, zoo het
uw gebed naar den
maatstaf
de ziekte van een
lief kind,
van het heiligdom was.
Was
er b. v. een vader of moeder, die bij
zich eindelijk weer eens tot den lang vergeten
God
keerde, en
nu op grond
van de liefheid van dat kind en op grond van de onmisbaarheid vau dat kind, en op grond dat zulk een kind te laten sterven
wreed zou
zijn,
half
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's