E voto Dordraceno - pagina 445
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLVII. HOOFDSTUK
Naam
dien
maar zoo
heiligen,
gij
dat
waart,
Naam
heiligen
uw
in
er
leven en in
uw uw
maar
weerspreekt, zoo
dit heerlijk
zelf ia
Vooral moet het u een hinder voor
447
II.
werk geen deel hebt.
innerlijk besef zijn, indien ge ont-
optreden nog zooveel
niet oorzaak
is,
dat dien
is,
Naam
dat die heilige
wordt gelasterd door anderen.
Let er dus wel op, dat we in deze heie meteen smeeking, met eenbede doen hebben, en niet met een gebod.
te
U
wordt hier niet geleerd, dat
ge den
naam uws Gods
vooraf
wel. Zelfs wordt u hier niet aangezegd, dat ge lust en liefde
Naam
dien in
heiligen moet; dit weet wie het
heiligen in u
te
moet hebben
wien die zin en dat verlangen werkt
heiligd,"
Wie
ook beproefde
kon het
gen.
Hij
doet
hem
Hem
die kracht af te
werkt
De
niet.
zijn
opdat
hemelen
de
kracht
voor wat
En nu
hem
God
voor ons bereid
én
rechtstreeks
te
stuk van het gebed toch
is
het gebed
is
en
en
hoe we
Ome
Vader
niet een predikatie
uit dien
schapsoefening met het Eeuwige
voor, en wie er
bidt niet,
om van
ge
wil,
maar
van Gods
zielsleven. Bij
en in ons omgaat, ons
gemeen-
geraken. Het gebed ontsluit ons
bij
ons omgaat en hoe
we
in het
de menschen gezien
het
Hem
borgen omgang
maar om door God gehoord
te
wor-
het gebed altoos eerst nemen, zooals het in de gesloten
binnenkamer bestaat,
verre
Heel
van ons hart verborgen omgang met den Heilige hebben. Ge
Ge moet
Dan komt
leeft,
ziele.
innerlijken zit^lsdrang tot
Wezen
hart en onderzoekt wat er van binnen
heiligdom
zal
werken.
het de vraag, wat er van binnen in ons perst,
in
Naam
én zijdelings tot de heiliging van Gods
mede
aangaat,
beweegt zich onderwerpelijk op het terrein van het innerlijk
den.
Vader
roept hij zijn
die geloofsbezieling en die geloofs-
Zoo en zoo alleen komt deze bede in het
dringt
die in ons
is,
een gebod van gaat maken verstaat niets van de mystiek der het
van
volbrengen. Hij weet het, dat wij üls nieuwe
het
aan, of uit genade
hem
nu
dit
om
mochten geschonken worden, waardoor het ook hem mogelijk
om
zijn,
En
hij.
Vader in de hemelen,
daarin wandelen zouden.
wij
het volbren-
bij
geestelijke kracht er toe derft
schepselen niets anders volbrengen kunnen dan wat heeft,
wilde, o, zoo
teleur. Hij
kracht zonk in
tot zijn
om
iemand
als
„Uw Naam worde geNaam zijn Gods. Hij
:
smeeken. Hij verstaat het, dat het God
en
willen
maar
nemen
toevlucht
zijn
het
het,
hij
bidt,
heeft hij er zijn kracht toe
hem
aangewend. Alleen maar de uitkomst stelde gaarne,
bidt
Ook
vindt dit begeerlijk.
hij
maar komt ge voor
:
zoekt de heiliging van den
bedoelt,
wil,
vindt dat schoon,
.
Onze Vader
uit,
als er
niemand
hoe ge voor
bij
uw God
is,
en
staat,
gij
met uw God
wat Hij voor u
alleen is,
zijt.
in hoe-
reeds hebt leeren kennen, en of reeds iets van zijn ver-
uw
deel
is.
Het
is
de mystiek des harten, en deze alleen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's