E voto Dordraceno - pagina 315
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIV. HOOFDSTUK V.
opeens en volkomen. Het
dat
hebt
aan
toegevoegd.
ge
hem
heeft, heeft
hem
u
die
woord natuurlijk
Christus geschonken
in
Op
:
geheel heeft, heeft
niet
verre
na
niet.
Wie
is,
hem
Maar
nieL
En dan
greept.
het ant-
is
Ja, wat erfde
erft.
is
nu?
hij
hem in duizend bankbiljetten gelegd. En nu staart en tuurt hij op
millioen. Goed, en dat millioen wordt
van duizend gulden op
elk
Wie hem
zich bekeert tot zijn Heiland,
de doodarme, die plotseling een millioen
als
Een
meer
niets
reeds aanstonds, in haar volheid, deze
het, of gij
is
Er kan
volbracht.
is
halven Christus hebben.
een
niet
geheel; wie
nu
heel iets anders heerlijkheid
kunt
Gij
317
dat
meer
begrijpt
geen
zilver.
dat
voelt
Hij
papier.
hij
opeens schatrijk, onmetelijk
nog niet van. Ook
er
hij
Het
zijn tafel
nog
alles
is
papier.
Dat
Maar
rijk is.
nog geen goud, en nog
ziet hij
moet dus
alles
eerst lang-
zamerhand omgewisseld. Hij moet er eerst van Heverlee inkomen, het in gaan
en zoo, met behulp van anderen, zich allengs rekenschap
denken,
pogen
nog lang
hij
wat
van
geven,
te
van wat
niet alles
wat
hij
met dat geld
beantwoord,
en
hij
vraag,
van
kennisse
zijn
begint schat
te
al
den schat dien Gods kind in dat
in
hij
zijn
Jezus
hij
ontving.
doen
zal,
genieten
zijn
En
is.
Dan
toch komt de tweede
wat
van
hij
na
biljet
nu
allengs
voor
is
verstaat hij het
nog
niet.
Het
is
het
is
om
een helderder besef en dieper inzicht te krijgen, in wat
schat te gaan genieten.
gen en op zich toe genieting in het
En
Om
wat
in
naam van Jezus
om
besloten lag.
namelijk van zijn
zoo eerst ten laatste
bij
eigen ziels-
en zielservaring kent, wat toch wel de goddelijke schat
nu
is,
die
school.
de tweede genade, die God door de
is
Dat
dien schat ligt, ook zich toe te eige-
te passen, tot hij
werk van den Middelaar
dit
werkt.
moet hij er
;
en dan komt nog pas het tweede,
;
eerst alles die hij wel
en zoo eerst komt
in dien heiligen, heerlijken
eerste
alle
niet verwerken kan. Eerst van lieverlee
die hij
voor zilver en goud uitgewisseld
toe,
met
het
geworden, overgelukkig, van
biljet
hem
is
Heiland ontving. Hij voelt en beseft dan, rijk
maar
nog
is
ontving, wordt de
juist zoo
nog papieren geld voor hem. Een stapel groote bankbiljetten, opbergt,
dan weet
zelfs
en eerst als ook die vraag
meer volkomen. En
oneindig
Maar daarom
heil verzekerd.
een millioen wel
zulk
Wet
bij zijn
kind uit-
Ten deele door de ceremonieele Wet. Want de ceremonieele Wet
toonde in aanschouwelijk onderwijs aan Israƫl wat in Messias zou komen,
en dus ook aan ons, wat zen ringe
dan
ook
in
den Christus gekomen
is.
De Apostelen
wij-
gedurig op de ceremonieele offeranden terug, en geen ge-
verrijking
van
kind, zoo hij in de
de
kennisse van zijn Christus geeft het aan Gods
schaduwen des Ouden Verbonds
ziet
wat in den Chris-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's