E voto Dordraceno - pagina 530
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. LI. HOOFDSTUK
532
meer aansprakelijk
niet
wij
men dan
wat
Iets
zijn.
I.
gemeenlijk nog met
de Schrift in de hand verdedigt, door de roerende zielsbetuiging van den
Eom. VII
heiligen apostel Paulus in
dekmantel
als
gebruiken voor zijn
te
onheilig bestaan.
Nu
tegen
is
schriklijk
dit
deze, dat een onbekeerd
eenvoudig
De zaak
kwaad, helaas weinig te doen.
mensch,
is
nog geen kind van God
die
zich dan aanmatigt wat de Heere alleen aan zijn kinderen heeft toe-
is,
Nog onbekeerd van
beschikt.
mits nu in zijn
zoend
aan
heilgoed
gelisch
den
zijn
verzoend
ziel niet
daarom
zeggen
die
nog
terwijl hij
is,
nu zulk een mensch het Evan-
hem
zin
God
in zijn schuld voor
in
en over-
;
genadekrachten werken, die juist uit het ver-
ligt,
dat
hij
hij
en laat zich door
We
zonde verstrikken en inwikkelen.
allerlei
dat er niet een enkel kind van
niet,
toekomt
niet
tegen de zonde laten opkomen, belijdt
strijd
vleeschelijken
zijn
harte, grijpt
rekent zich toe, wat
:
God
in zulke krin-
gen kan schuilen, en door de zondige redeneeringen, die er opgeld doen, verward
zoo
met
dan
kan
zijn
deeltelijk zoo zijn,
weer
God
zijn is
een
zijn
dat ook
tot
hij
is,
maar
;
zal dit nooit anders
dan
en gedurig zal de Heilige Geest die in
bij
iemand
die
en ge-
tijdelijk
hem woont hem
boete en berouw prikkelen, en van de zonden af en naar
uitdrijven. Dit zijn
dan wel bange, booze verstrikkingen, en het een kind van God zich eindelijk de
wezenlijke verlossing, als zulk
schellen van de oogen ziet vallen, en zelfs terwijl hij
op intiemer voet met de zonden,
Heiland gaat verkeeren
een kind van God
wezenlijk
toch
worden,
God en
nog in de banden
hij
ligt,
breekt
zulk een kring.
Maar
God hem toch
nooit
met
verlaat zijn
ganschelijk, en wie geestelijk leerde onderscheiden, zal zonder veel moeite
aan
taal,
toon en levensuiting merken, of
onbekeerden roover van een heeft,
of
hem
niet
hij
in zulk een kring
toekomend
geestelijk
wel met een gevangene, die als kind van God,
goed
te
met een te
doen
kwader
ure,
door deze geestelijke rooverbende werd ingelijfd.
allen
Bij
geestelijk
afkeer
intusschen
niet voorbijgezien, en dat
daardoor onze
sterk
maakt,
rust
en
is,
dat
door
rechtvaardiging
goddelijke
van deze onheilige kringen,
goed van Gods genade hun onheilig spel drijven,
de
die
met het
mag
één ding
dat de Christenheid zulke booze kringen juist ze het grondstuk
het
geloof
heilige vrede,
ligt,
van het Evangelie, dat in
zoo weinig ernstig opvat.
toch juist daarin, dat het ons tot een volbracht werk laat ingaan. gelooft, belijdt, Is,
en
meer
en aan
zijn eigen
ziel
gevoelt,
dat
hij in
dat niets, geen schuld en geen zonde, ja geen
beschuldiging
kan
inbrengen
De
die het Evangelie ons brengt, ligt
Wie
niet
Christus verzoend
macht van Satan
tegen de uitverkorenen Gods, heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's