E voto Dordraceno - pagina 373
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XLV. HOOFDSTOK
ZOND.
hoewel
Heidenen,
wet niet kennen, noclitans zichzelven een wet
de
zij
375
VIII.
hun gedachten onder elkander hen beschuldigende
zijn,
of ook ontschuldi-
gende, en gelijk de Atheners een altaar hadden opgericht voor den onbe-
kenden God, overmits „uit de schepselen van den aanvang der schepping aan beide Gods eeuwige kracht en worden,"
zoo
drijft
en
onzuiver
buiten
heimwee
verzoening
de
met der Christenen
waarde
gebed
En
spreekt.
en
staande,
vergeleken
huisgezin, de stad, het dorp het land waarin dit
en
alle
en
al
dankzegging brak. Zelfs ook
men,
spreekt
Gods en uiting
slechts
het nimmer in
worden,
toch staat het
gemeene gebed nog
men
men met
dat
uit,
men
hope
zijn
Ook
gebed
stelt
meer
met onze
op den zegen
zelfs die
zwakste
familiesamenkomsten, waar geloovigen en niet geloo-
bij
saam handelen moeten, behoeft om het daarom
overtuiging,
verschil
van godsdienstige
het gebed niet achterwege te blijven, mits
zeer wezenlijke beteekenis van dit Melchizedeks-gebed, als
uitdrukken,
van
alle
altoos beteekenis, en zou het achteruitgang zijn, indien ook dit
nog
te loor ging.
vigen
in eere
in zulke kringen niet
hoede Gods elkander aanbeveelt, zoo heeft
in de
zulk bidden
mag
de ontmoetingen van de Kroon
gelijk bij
nog
Staten-Generaal,
al bidt
nu
al is
al
aanmerkelijk hooger, dan die andere kringen, waarin
bleef,
den
in
duizenden uit tot een soms roerend gebed,
bij
eerbiedenis en
diepe
goddelijkheid verstaan en doorzien
nu de nawerking van het beeld Gods
ook
gevallen zondaar, duizenden
waaruit
zijn
maar
inziet.
Hierbij
zij
waarin
familiebijeenkomsten,
men
de
we ons zoo mogen
echter opgemerkt, dat dit alleen geldt
de
en niet geloovige leden
geloovige
der familie op voet van gelijkheid staan en dat dit dus niet moet toegepast
doopplechtigheid
een
bij
het
hier
één
bepaald
godsdienstige huisgezin
huismoeder
Christen
of huwelijkswijding of een begrafenis, overmits
plechtigheden geldt,
persoonlijk
den
inzetten, en familieleden, die er bij hierbij
niet
als
gelijken,
niet
van
de
familie,
maar van
en hierbij alzoo de Christen huisvader of
maar
toon
van
het
Christelijk
gebed
komen, maar den Christus niet kennen,
als deelende in
anderer vreugd of
leed,
treden.
Veel hooger intusschen staat
noemt
uit
den aard der zaak wat de Catechismus
„der Christenen gebed," en dit gebed
is
vanzelf en ongedwongen
aan den naam van Jezus verbonden. Dit wil nu niet zeggen, dat zulk een gebed geen gebed zou
genoemd
wordt.
Dan
zijn,
indien de
naam van
Jezus niet uitdrukkelijk
toch zou het allervolmaaktste gebed onchristelijk
zijn.
Veeleer dient dan ook beleden, dat er heel wat gebeden zijn uitgesproken,
waarin Jezus' lijk
waren;
naam
terwijl
zeer luide werd uitgesproken, en die toch onchriste-
omgekeerd, ook waar Jezus'
naam
niet
genoemd werd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's