E voto Dordraceno - pagina 125
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XL. HOOFDSTUK V.
Koorts toorn
127
natuurlijk even goed een bezoeking en een openbaring van
is
Maar nu
pestziekte of melaatschheid.
als
Gods
groeit er een kinaplant,
het blijkt dat de macht van deze plant stuitend op de koorts werkt.
en
Heeft nu eenig mensch die kinaplant uitgedacht, geschapen en doen groeien;
God de Heere
heeft
of
dat gedaan?
toont u dus zijn wil, dat
genade zult aanwenden,
gij
om
Natuurlijk de Heere
uw God.
Dit
de vrucht van deze plant als een gave zijner het gevaar van
uw
leven af te wenden.
Als
armoede aan bloed in de bergstreken den daglooner heeft uitgeput, en vindt een bron en drinkt van haar water, en
voelt dat dat water
hij
nu
onderzoek, dat op wondere wijze staal in dit water ver-
en het
blijkt
mengd
was, op zoo fijne en keurige wijze, als geen
het dan niet
bereid
Of
uw God
bron
dan doelloos gedaan? Zonder plan? doen
al zijn
En
?
kon;
stuiten
door
zult
dan
Is er
uw
uw
eigen goddelijke Barmhartigheid?
zijn
heilig
Woord geen ontkomen
aan de hoogernstige verantwoordelijkheid, die ook ten deze voor leven en het leven van
te
toont dus ook die staal-
Hij zelf wil, dat ge de openbaring van zijn toorn in
dan voor de vierschaar van Gods
er
is
mengen
dit
verarming van het bloed des menschen door
er de
geen voornemen in
bloedverarming
Zoo
God
mensch
de Heere, die in den schoot der aarde dit staalwater
heeft Hij dit
hoe
niet,
bij
om
heeft,
stuiten? bij
hem
kracht hergeeft; en ook anderen komen, en drinken, en worden gesterkt;
zijn
is
hij
naaste op u rust.
Als
God door
uw
zijn
eigen
genade
uw hand legt, om de openbaring van zijn heiligen toorn in uw ellende te verzachten of te blusschen, dan moogt gij niet mag tegen het toornen van mijn God niet ingaan; want dan
een middel in
uw
zonde en
zeggen: ik veracht
ge
genade, en
zijn
stelt
naar het gebod des Heeren. God
den
in
zult,
u hiertoe
gaf.
den weg door
De
uzelven de wet, in plaats van te doen wil,
Hem
dat ge tegen zonde en ellende
leuning aan den dakrand uit Deut.
sprekend getuigenis, en het ontzettende woord in
u
zij" blijft
u op heel het
Slechts hierin ligt de zonde
mensch verklaart staan,
;
God
terrein
bij
en nu in
zijn
:
XXTT
is
8
is zijn
wel-
uws levens vervolgen.
toeschrijft of uit de blinde
verwatenheid acht, dat
hij
natuur
den Almachtige weer-
in zijn toorn ontwapenen, en zichzelven uit de
ren redden kan. Dat
:
„ojxiat er geen bloedschuld
het gebruik dezer middelen, zoo de booze
middelen aan zichzelven
die
strij-
verordend en met de wapenen, die Hij
hand des Hee-
natuurlijk vermetele hoovaardij, een roekeloos ver-
zondigen van Gods beste gaven; en we verstaan het uitnemend wel, dat
menig vroom gemoed
pijnlijk is
aangedaan,
vaardij en vermetelheid hoorde uitgaan.
niet
is,
dat
is
Ook
als hij
stemme der hoo-
die
hier geldt
:
wat
uit het geloof
zonde; en al wie de middelen van Gods genade, die ons
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's