E voto Dordraceno - pagina 106
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
;
ZOND.
106
kiem
en
wortel
saam deze zekerheid
wortel en vrucht
Toch
riet
dit
is
zin terug. Als ik een brief
keuren zal of
het
dan
handschrift,
inhoud, dan ziet
hij
onderzoekt
De barmhartigheden het
worsteling
En daarom
gelooven.
kan
ik letten
op het
nu een kind van God meer merkt
Schrift;
hij
op den
dan nog het
hij
zegel.
des Heeren zijn zoo rijk en overvloedig. Hij weet
voor
Satan
van
aanklacht
is,
de vrucht der bekeering aan; maar ook na op deze
beide gelet te hebben, onderzoekt
wat
de
hij
verzegeling in engeren
echt
hij
handschrift, op den inhoud en op het zegel. Let
op
beiden zóó dat
bij
u sterken.
in
komen we op
en hiermede
al,
V.
merken. Maar toch altoos
doen
te
XX. HOOFDSTUK
en
een
zondaar, dien Hij roept,
zijn
boos hart
eigen
is,
om, tegen de
toch aan genade te
in,
laat Hij het niet bij het echte handschrift, en bij
zuiveren inhoud, maar drukt er ook een zegel op.
En
den
nu werkt
zegel
dit
de inwendige indrukking en stempeling van den Heiligen Geest in
door
verband met de heilige Sacramenten.
Er
een Geest die met onzen geest getuigt, dat we kinderen Gods
is
we roepen Ahha Vader;
wien
door
der zaligheid toebedeelt, en in ons bidt
En wee
met
onuitsprekelijke verzuchtingen.
den bloot voonverpeUjken prediker, die voor
van den Heiligen Geest geen oog noch oor Orthodoxie
nooit dood. In orthodoxie
is
en tinteling der
liefde.
En
maar
En
disschen;
in
die
allerlei
maar een
dit niet
afval van het
moet
gekend wordt,
Woord. er zijn. Niet een
phantasie speelt en heele verhalen weet op te
heilige bevinding
van den Heiligen Geest
werk
en heerlijkheid
altoos leven
er is wel terdege geestelijke bevinding en die
bevinding
dit bevindelijk
heeft.
is
een orthodoxie, waarin
heterodoxie, geen rechtzinnigheid,
is
zijn
van den oogst
die ons eerstelingen
in
van de werkingen der vertroostingen
het diepste des gemoeds, werkende in ervarin-
gen en genietingen van zalige
liefde
;
onze
opheffende tot in de sferen
ziel
der majesteit; en ons doortintelende met een heilig Pinkstervuur.
Wel
ook deze innerlijke werkingen des Heiligen Geestes niet
zijn
bij
een ieder gelijk in maat en wijze. Hoe dor en schraal komt een Jacobus niet uit, zoo ge
hem
vergelijkt bij
een Johannes, een Petrus, een Paulus.
Salomo's spreuken, zoo ge er den kostelijken psalmbundel naast
Wat
zijn
legt.
Niemand mag dus de maat en de
aan anderen opleggen. Ook lijking alsof hij
geliefd kind rijke
als
zal hij
zeggen wilde:
„Zoo
wijze van zijn eigen bevindingen
er niet rijk
mee pralen
ben
ik,
tot eigen verheer-
en dus wel een bijzonder
van mijn God." Dat zou even onbarmhartig
man al om hem
zijn
te
zijn,
als dat
de
schat voor het oog van den armen Lazarus uitstalde,
doen gevoelen, hoeveel hooger
hij
dan
die
arme Lazarus
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's