E voto Dordraceno - pagina 427
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
XV. HOOFDSTUK
ZOND.
Immanuël van dezen
het borgtochtelijk lijden van
moet onderscheiden:
vraag, waarbij tweeërlei
kwamen;
staat
, Vervloekt
boek
uitgemaakt.
dus
Het
een
is
iegelijk, die niet blijft in al
Wet, dat
der
met
wat
„Al
een
Verbond
Israël
niet alleen niet al
maar het
gehouden,
heeft
van
geen
er
Het
Gods ver-
heeft geweten, dat het den vloek op zich haalde, zoo het
geleverd,
de zaak
is
Horeb aanvaard.
van
was
Heere geboden heeft zullen we doen!"
de
bond schond. En toch heeft het
proefstuk
;
wat geschreven
Voor Israël
dat doe."
hij
het
heeft
Israël
uitgeroepen:
heeft
vloek gevrijd zijn
hoe we onder den vloek
ontzettende bedreiging, die aan het Verbond
het
in
1.
hoe Christus dien vloek op zich nam.
2.
Ge kent de toegevoegd:
421
VI.
Guds geboden gehouden,
veeleer een onovertrefbaar
ja
hoever een volk wel in schending en verachting van
de wet zijns Gods voort kon schrijden.
Voor
Gansch
Israël is de quaestie dus uitgemaakt.
Israël
kwam
onder
den vloek.
Maar hoe gaat deze bond
van
Horeb,
nu ons aan? Zeker
vloek
dat wel
met
en waar wij nooit ingekomen
Werkverbond,
toen Hij
die in het
hem
Maar wel kwamen is
ligt
Adam
God
zuiverlijk
plaatste,
is
ze getrouwelijk
overgenomen
in
vaststaat
is,
en
in
het Paradijs was het dus:
u
zal
zich
in
zijn
Wet met
heiligen
zijn
is
zijnentwil.
Dat nu de werking van dezen
algemeene
genade
getemperd
en
!",
zelfs
en toen
doet
aan
wezen
het
blijft
ter
dood
der
zaak
gedoemd,
menschen
Vandaar
ook
Adam!"
opgehouden
Adam
er nieé in
het aardrijk vervloekt
vloek, door de is,
niets
af
of toe.
ook
al
wordt
om
tusschenkomende
en eerst na den dood
en na het oordeel in de eeuwige rampzaligheid ten
deelde
zijn
wille.
„Blijven in al mijn Wet, of mijn
vloek verkeeren
de zegen vloek geworden, en
is
uit het W'"erk-
was opgericht. Iets wat we daarom weten, overmits
onveranderlijk
onveranderlijk
over
bleef
van het
Adam
Werkverbond, waarin de Heere
dat Hosea zegt: „Zij hebben het verbond overtreden als
Ook
onder gelijken
wij
deze, dat de gestalte
Genadeverbond van Horeb was ingevoegd,
uit het
ingeschoven, zoo
Eeuwige
kinderen
zegen
Ver-
met ons gesloten was,
schiep en inzette in het Paradijs.
verbond dat met de
niet krachtens het
niet
deze gestalte van het Werkverbond in het Genadeverbond van
Zooals
Horeb
zijn.
Immers de zaak
vloek in het Paradijs.
overgenomen was
maar
Israël,
volle uit zal
Een zijn
ter
komen,
dood veroor-
terechtstelling ver-
schoven.
Een der vormen ons
menschen,
nu, waarin het afgrijzen en de verafschuwing van hetgeen
reeds
met de
diepste
verontwaardiging
vervult, is
van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's