E voto Dordraceno - pagina 365
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XIII. HOOFDSTUK IV.
weer
Hem
onder
als
onzen Schepper én Herschepper, en dus
Heere met diepe eerbiedenis
onzen
om
ons weer tot
God
te
brengen.
de vorige vraag toonde, hoe de Middelaar ons slechts daarom
gelijk
broeders maakte opdat
tot zijn
als
buigen.
te
Al wat de Middelaar doet, strekt altoos
En
359
zoo
ook
ten
Heere
opdat
wierd,
ons weer tot kinderen Gods zou stellen
hij
Vraag, hoe de Middelaar ons slechts daarom
34^'"^
deze
toont
weer voor God den Heere,
ons
hij
als
onzen
absoluten Souverein, zou doen buigen.
Het kwam
maar aan op de ombuiging van den
hier
zin en de gene-
genheid des harten.
Een zondaar
hem
schrikt
durft
God
niet als zijn Souvereinen
Dat brengt hem onder den
af.
Heere erkennen. Dat
Daarbij voelt
toorn.
hij
niets
dan de dreiging der verdoemenis.
En wat
Nu
God nu?
doet
geeft Hij dien hangen, dien verschrikten zondaar aan Satan over;
onder het geweld van Satan gekomen, heeft die zondaar nu een zoo
en
schriklijk
dat
lot,
omknellen en de wateren
En
aan
tot
banden des doods hem
vergaat, de
zijn ziel
komen.
Satans doodelijke banden geklemd, geen raad
die zondaar nu, in
als
hem
vreugd
alle
en geen uitzicht meer weet, en het uitschreeuwt van weedom des harten,
dan
God hem den Middelaar, en
zendt
hem
en grijpt Satan
op,
de
bij
En dan
zondaar
de
vindt
zoo onuitsprekelijk heerlijk van dien
dat
Middelaar, en zoo onbeschrijfelijk
om van
zalig,
hij
bij
hem
uit vrees
schuilt,
en
voorts
hem weer
dat Satan
zijn,
overvallen en wegsleuren
zaliger en geen heerlijker troost kent,
niets
hem nu
Middelaar
voor altoos
bij
dan dat
die
neemt en eeuwiglijk Heere over
zich
zijn wil.
Dat Heere-zijn van den Middelaar zich
poogt
dat weet
En
te
waar
schreit;
hij,
zoo
is
al
;
—
zijn
is
dus niet
maar waar
onttrekken, heil
en
al zijn
om
hij
als
waaraan de verloste
vraagt,
behoudenis in
dan het doel
om smeekt, om Want anders,
ligt.
en
de
bereikt.
zonde
nu zoekt
zie,
was, dat hij
hij
zelf dien
geen Heere boven zich dulden Heere, omdat
zonder dien Heere boven zich, weg en verloren
En
iets,
dan komt terstond Satan terug.
Want immers wilde
leven
dien Satan verlost te
wel verre van dien Middelaar te laten loopen, integendeel dicht
dat
hem
neemt het voor
benauwing.
zijn helsche
zal,
die Middelaar
en verlost den armen zondaar uit
keel,
hem nu
gevraagd wordt:
„Wat
is
hij
voelt dat hij
is.
uw
eenige troost beide in
en sterven?" dan antwoordt diezelfde persoon, die in het Paradijs
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's