E voto Dordraceno - pagina 309
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIV&. HOOFDSTUK IV.
waarin
overstaan,
en het gebod
heilig,
Wet
heilig,
is
heeft een
vermaak
dient die
Wet GoAs met
„Zoo weten
En
de re,
dan de Wet
ii£
Wet Gods
in de
en verheerlijkt.
prijst
Wet,
dan dat de Wet goed
Rom. 111:31 antwoordt
gelijk die
monieelen als volk
wezen
zedewet
de
Wet
de
goed
„Hij
is."
is,
als
indien
iemand
hij
nogmaals
die wettiglijk ge-
op de vraag: „Doen
hij,
kernachtig en beslist
in het oog, dat
„Dat
:
wij
dan
zij
ver-
Paulus onder Wet
zoodanig verstaat, maar geheel de
aan Israël gegeven was, met inbegrip dus van den cereschaduwen, en de typische instellingen van Israël
der
dienst
Nu
onder de volkeren. komt,
zelf
zij
:
in
alleen
is
naar den inwendigen mensch." „Hij
wij
niet
dat
toe,
zijn gemoed." In 1 Tim. 1 8 herhaalt
Wet te niet door het geloof?" kort, maar wij bevestigen de Wet." In de tweede plaats boude men wel
volstrekt
„Alzoo
en rechtvaardig en goed." „Wij vpeten dat de
„Zoo stem
geestelijk is."
bruikt."
Wet
de
hij
311
en
moet een schadmv wel verdwijnen
mocht ook de ceremonieele Wet
zoo
als
het
worden
niet
aangehouden, nadat Christus de eenige offerande der verzoening volbracht
En
had.
ook, een
Wet
die
aan Israël
als natie
gegeven was, en in zooverre
een typisch karakter droeg, mocht niet in stand blijven zoodra het tegenbeeld in den Christus was verschenen. Het eenige dat bleef was de eeuwige
Gods,
wille
die
voor
Hij,
al
wat mensch heet, in
scheppingsordi-
zijn
nantiën bepaald had, en die als zedewet en als beginsel van regeling aan
wetten ten grondslag
al Israëls
lag.
Paulus, tegen de
Wet ijverende,
ijvert
dus tegen hen, die de ceremonieele wet en nationale instellingen van Israël ook
Wet
na
komst
Christus'
ijverende,
voor
ijvert
in stand willen
de
zedewet
En Paulus
houden.
voor de
en voor de beginselen, die aan
Israëls nationale instellingen ten grondslag lagen.
In de derde plaats
hemelsbreed
om
werken
dan
loon,
En
opeischen.
zij
om
hiervan
Wet en
opgemerkt, dat de
Het Wetsstandpunt
verschillen.
verdienste, als middel
nu
om
maar
kleint.
Maar de Wet
als
maken. De
Wet
niets te Zij
is
zijn
al
En anders
is,
te
op niets
opnieuw door
van „raak niet en smaak niet en roer niet aan"
van Gods kinderen aan banden poogt
het
acbteruitzette. Iets
in zijn volle kracht geldt tegen een ieder, die
allerlei inzetting
heid
is
de zaligheid te kunnen
zegt Paulus dat het onprofijtelijk
teleurstelling uitliep, en niet verder bracht
wat nu nog
Wetsstandpunt
het
Werkverbond
in het
die vrij-
leggen en de genade ver-
uitdrukking van Gods ordinantiën heeft hiermee als regel des levens is
en
eeuwig geldend.
blijft
ons een lamp voor onzen voet en een licht op ons pad.
In haar
onze vermakingen. eindelijk, is,
in de vierde plaats,
of ik sta in
vergete
men
niet,
dat het heel iets
eigen kracht, of wel dat ik in de
Wet geleid word
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's