E voto Dordraceno - pagina 14
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND.
8
maar
we
als
niet.
of
ziel,
HOOFDSTUK
II.
straks in het niet van den dood te verdwijnen,
maar we
Vergaan kunnen
menschelijke personen een eeuwig bestaan.
dat wij vaak in ot^^rgeestelijke oogenblikken onze
Zij
het dus
in
oMgeestelljke
al,
ons
tijden
lichaam
vergeten;
ook dat we
of
opgaande in de zorgen voor den dag van heden, onzen eeuwigen
geheel
toestand
we
om
nü,
hebben
I.
als
oog verliezen
het
uit
menschen naar
ziel
;
toch doet dit niets af aan het
dat
feit,
en lichaam beide bestaan en eeuwig bestaan
zullen.
En omdat we danig
toe,
zoo bestaan, spreekt de Catechismus ons
en verbiedt ons vrede met eenige
hebben, die niet op eenmaal voor ons geheele wezen (naar
te
en dat wel in ons gansche bestaan
beide)
nu ook
als zoo-
religie of eenige vertroosting
(d.i.
ziel
en lichaam
nu en voor eeuwig)
voor
de volkomen zaligheid biedt.
Geen valsch
spiritualisme dus, als ware het geloof alleen voor de ziel
en als had de godzaligheid alleen maar een belofte voor het toekomende
Tegen zulk een opgeschroefde en onware
leven.
des
Heeren,
Religie Christi
ons
staat
lijnrecht
roemt;
vleesch
de
over.
kalme,
Een
roemt dat
om
leeft
hij
voorstelling
van het
heil
nuchtere belijdenis van onze Christelijke
religie,
die in de opstanding dei
lichaams
nu nog
lichamelijk ten hemel voer; en
in
voor ons te bidden; en dus op alle manier, naar
aan de waarheid zijns
luid onzer Confessie, leert, „dat onze zaligheid ook
lichaams hangt" moet zulk een spiritualisme
De
beginsel bestrijden.
uit
„wederopstanding des vleesches" werpt heel deze valsche theorie dan ook omver. Ook het lichaam heeft wel terdege eeuwige beteekenis. heerlijking van dit
deel van
nu zoo diep gevallen lichaam
Gods kinderen
zijn.
En
Ook
ver-
zal wel terdege eens het
eeuwigen
in de zalen des
lichts zal niet
een vaal, onwezenlijk schimmenrijk, maar wel terdege een Paradijs Gods en een Nieuw Jeruzalem ons menschelijk besef verrukken.
Die eenheid staan
mag
dus niet gebroken.
maken saam ons
Ons
wezenlijk bestaan
lichamelijk en geestelijk be-
uit.
Onlichamelijk te zijn
eigenaardig bestaan van een engel. Mensch, en dus niet engel,
dan engel
te
wezen, eischt de lichamelijkheid er
Deze eenheid nu
God
bij.
voor het geloof daarin geheihgd, dat een kind van
ligt
Het
is
niet
:
Christus de troost voor de
een andere troost. Neen, maar voor lichaam en
Beidemalen de Christus. En ook
dit niet
weer
ziel
ziel
en voor het lichaam
saam éen
zelfde troost.
zoo, dat Christus op andere
en door tweeërlei verlossingswerk de eene maal de Verlosser van
lichaam ware en de andere maal de Verlosser van weer
het
ma&i meer
zoo voor zijn lichamelijk als voor zijn geestelijk bestaan, een zelfden
troost bezit.
wijs
is
de eenheid breken.
En daarom
uw
ziel.
Ook
dit
uw zou
heet het zoo kernachtig, dat „voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's