E voto Dordraceno - pagina 257
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. X. HOOFDSTUK VI.
En wat nu
eindelijk
God berouwde dat
het
251
aangaat, dat er toch van gesproken wordt, dat Hij den
mensch gemaakt had, en dat de Heere
Ninevé spaarde toen het zich bekeerde, en dat Hiskia nog levens
naar
zoo houde
kreeg,
onze
voorstelling.
„Ook
liegt
Hem
niet;
Hij
men
Daartoe
staat er te stellig in
die de overwinning
Hij
tvant
is
van Israël
mensch, dat
geen
Maar overmits God de Heere
vijftien jaren
wel in het oog, dat dit alles gesproken
is
Hem
1
Sam.
XV
:
is
29
niet,
en het berouwt
iets
berouwen zou."
met ons handelen kan^ dan naar den
niet
aard van ons menschelijk wezen, gelijk Hij ons dit self inschiep ; en ons
menschelijk wezen gebonden
voorwaarden
stelt,
waarschuwing,
en
zoo
naar
is
volgt
aan den geopenbaarden wil Gods, die altoos hieruit dat de
menschelijke
Heere altoos met vermaan
wijze tot ons komt,
en zich men-
schelijk tegen ons overstelt."
Men moet
dus niet zeggen, dat een uitdrukking als „dat hef den Heere
berouwde" een
Het
is
zich schikken is naar onze zwakheid.
dat niet.
Het
is
strikt
en
stipt
een handelen en omgaan met
den mensch naar de eischen van het Werkverbond. ')
is
In hoofdstuk IV, pag. 233 schreven
we
^)
dat een steen niet valt in het luchtledig. Hiermee
natuurlek bedoeld, dat een steen niet vallen zou in het volstrekt ledige waarin geen lucht,
noch
iets
was om den
steen neer te trekken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's