E voto Dordraceno - pagina 172
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. VIII, HOOFDSTUK IV.
166 Lichten we kortelijk
wat hierdoor wordt aangeduid.
toe,
Een vader en moeder met hun
een gezin, een familie, een huishouding.
van
soort
Het ééne
bestaan.
En nu
heeft zulk een gezin tweeërlei
binnenshuis onder elkaar, en het andere
En nu
tegenover de buitenwereld.
hun dienstpersoneel vormen
kroost en
hoe in het gezin binnens-
voelt ieder,
huis ieder lid van het gezin zijn eigen taak en roeping heeft, zoodat bin-
nenshuis de leden soms tegenover elkander staan; maar dat daarentegen de buitenwereld betreft opeens alle onderscheid wegvalt, en het
het
als
geheele
gezin
één
uit
kas
één
als
en één huishouding onder één hoofd en
familie
gezinnen kan
Bij ons in onze
leeft.
zeggen, dat alles wat binnenshuis
en moeder en kind
dus in den regel
een onderscheiden taak van vader
blijft
maar dat tegenover de
is,
men
buitenivereld heel het gezin
voor één rekent.
En
dat
zelfde nu,
gebrekkige
wat op
nu
bestaat, bestaat
wijze
eeuwige Wezen. Ook
dat eeuwige
bij
menschen
die wijs onder
in de hoogste
slechts op hoogst
volkomenheid in het
Wezen toch moet wel
terdege onder-
werkingen die binnen dat Wezen besloten
scheid
gemaakt tusschen
blijven,
en die voor den Vader, voor den Zoon en voor den Heiligen Geest
onderscheiden
en
en daartegenover tusschen die heel andere werkingen,
zijn,
die niet in het
alle
Wezen Gods
de schepping, uitgaan.
in
besloten blijven,
En
ook
Heeren bestaat nu deze vaste
des
Wezen
delijk
inhlijven
bij
maar naar
deze inblijvende en uitgaande daden
daden die
regel, dat alle
in het god-
daden óf van den Vader, óf
onderscheidenlijke
van den Zoon, óf van den Heiligen Geest die uitgaan altoos gemeenschappelijke
buiten scheppend,
en dat daartegen de daden
zijn,
daden
zijn
van den Vader, den Zoon
en den Heiligen Geest.
Toch versta men
dit niet
weer
zoo,
alsof de uitgaande
daden van het
Eeuwige Wezen geen spoor hoegenaamd van persoons-onderscheiding toonen
zouden.
Neen zijn
zoo
is
toch
zou
van is
altoos
van
er uit die
zijn schepsel
Vader,
is
in elke
Zoon en Heiligen Geest op
werking
van
werking Gods die naar
uitgaat zeer wel een onderscheidene wer-
het punt waar het op aan komt,
een
daden of werkingen voor ons
heilige Drievuldigheid te bespeuren vallen.
het niet. Eer integendeel
schepping en
king
nu
Dan
hoegenaamd omtrent de
niets
ver-
bij
te
alle
merken
;
maar, en dat
uitgaande werking
de drie Personen tegelijk.
is
Nooit een werking
den Vader zonder dat er tevens een werking van den Zoon en den
Heiligen
Geest
is,
en
omgekeerd
nooit
een werking van den Zoon en
den Heiligen Geest zonder dat er tevens een werking van den Vader en onder
En
er
dit
zij.
nu
juist is
met de inblijvende daden heel anders.
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's