E voto Dordraceno - pagina 20
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND.
14
Het
HOOFDSTUK
I.
u een kans opent om
troost u niet maar, doordieu het
maar omdat het u opeens een gevoel tastbaarheid,
te
ontkomen,
geeft van onverwinlijkheid en onaan-
van triumf en zegepraal over uw vijand.
ja,
Het beeld
III.
niet eigenlijk aan de slavernij,
is
maar aan het
leenstelsel
het denkbeeld van souvereiniteit ontleend; een verschil, waar scherp
en
op dient gelet. Nooit zou een Ursinus of Olevianus de verlaging van onze menschelijke
natuur hebben aangewild,
om
te
een slaaf van Christus ben
maar
vochten
volk
zeggen !"
:
„Mijn troost
dat ik niet
is,
vrij,
en nooit zou ons van Spanje vrijge-
zulk een beeld van geestelijke slavernij de uitdrukking
in
hebben begroet van den besten en eenigen Heel het denkbeeld van
troost in leven en in sterven.
moet dus weg, en dat er
slavernij
staat:
„Jezus
heeft voor mij betaald" zegt wel dat hij den schuldeischer voor mij stilde,
maar
volstrekt niet, dat er
Uitgangspunt
nu een slavenband
ontstond.
hier het „geweld van den Duivel" wat zeggen wil dat
is
de zondaar buiten Christus in de macht van den Duivel
is.
In de Middeleeuwen heerschte hier het leenstelsel, en ook onze Hervor-
mers waren onder den invloed van van
stelsel
dit
heer, en deze heer
nam dan
ook
dit leenstelsel opgegroeid.
nu woonde de gewone man op het had nu aanspraak op
zijn
om
de verplichting op zich
erf
Naar
luid
van een machtig
dienst en toewijding,
maar
zulk een leenman tegen alle
geweld van vreemden te beschermen.
Stond
men men
men
op zich zelf of bezat
weerloos,
en
zelf
een kleine macht, dan stond
dan een machtiger kwam, dan stond
hoofde, en als er
eigen
voor
men
ontbrak het aan booze geweldenaars, die zulke
nooit
weerloozen aanvielen en opslokten.
In zulk een verlegenheid deden deze weerloozen dan meest aanzoek een machtig heer of wilde nemen.
voortaan op zijn
neemt deze
erf,
hen onder
gebied en onder zijn bescherming
zijn
zulk een machtig heer dit aan, en
en wist ieder buiten af
:
woonden
eerst
weerloozen
verdwenen,
in rust
ze dus
„Zoo ge aan deze lieden raakt,
machtige heer het voor hen op", dan was opeens
die
doen en woonden ze
En
hij
En nam
bij
alle
angst voor
dan dorst niemand hun meer kwaad
en vree.
hiermee nu vergelijkt de Catechismus den toestand van een zondaar
buiten Jezus en onder Jezus' hoede.
Een zondaar buiten Jezus eigen
macht
leeft,
dit
een vrijgeërfde, die op zichzelf staat, die uit
die voor eigen rekening zaken drijft, en als er ongeval
komt, zelf moet zien, hoe
En
is
hij
zich redt.
nu bekomt aan den zondaar
bitter zuur.
Want naast hem woont En wat hij er ook
een machtig geweldenaar. Die geweldenaar heet Satan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's