E voto Dordraceno - pagina 280
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XI. HOOFDSTUK IV.
274
Bij dit alles toch, zal een iegelijk evenals
dat niemand bedoelt het creatuur in dat
integendeel
Rome
bij
en
De ware
Maar
de uitkomst
ten ernstigste betuigen,
God
is
om
te
schuiven, en
de ware Godsveree-
juist omgekeerd, en de vrucht
ons steeds even noodlottig.
bij
aanbidders, zegt de Heere Jezus, zullen den Vader aanbidden
En waar
geest en in waarheid.
in
strekken moet,
dit alles slechts
ring te bevorderen.
Rome
de plaats van
om
terugschrikken,
in onze nietigheid en zondigheid
wij
voor de Aanspraakplaats van een heilig
God
roemt Paulus met heel de kerke der verkorenen, dat
ren, daar
hebben
leiding tot den Troon der genade
Christus,
alleen door
te
nade-
de toe-
wij
omen Heere Jezus
wien de ingang in de hemelen voor onze gebeden open-
door
staat.
Dat
in Israël de
waren,
vindt
zijn
gebeden aan meer creatuurlijke inmenging gebonden verklaring
den
in
om
ook geen ander doel, dan
mengt
en
door
deze,
van Christus zelven, die
Naam
van
van Christus in onze gebeden niet meer
geworden
ijdel
deze ceremoniën hadden dan
de gebeden van Israël met den
Naam
zich de
thans
al
Sinds hij kwam, vielen deze schaduwen dus
Christus te overschaduwen.
weg,
dienst der schaduwen, zoolang de
Doch
Christus nog niet verschenen was.
ceremoniën,
de hemelen
in
maar door de voorspraak
leeft.
Al wat zich derhalve thans nog creatuurlijks in onze gebeden mengen wil
vermindering
is
gebed, en strekt niet
den Vader
En
Naam
Zijn
ons tot den Vader te brengen,
nu moet de Naam van Jezus ons het wapen is
anders.
Naam
toch
Jezus,
uw
Jezus.
Zijn
wie
absoluut
zoudt
de
Hij deelt dien
alleen.
zijn.
Naam met
er zoo sterk op drongen, dat ge dien
nemen.
Niet
maar
:
een
Jezus,
maar de
eenige Jezus. Hij alleen de volkomene en algenoegzame Zaligalle heil.
derhalve oordeelt, dat
kort aan zijn
te
wat
Naam
Vandaar dat we
maker, de aanbrenger van Al
maar houdt van
af.
hiertegen
niemand
van den ernst en verlaging van den toon van ons
om
Naam
Catechismus
hij
bij
Jezus nog
en Wezen, en in dien zin
zegt,
dat
door
zulk
iets is
bij
behoeft, doet
het volkomen waar
een misbruik de
Naam
van
Jezus wordt verloochend.
men met zijn Immers Rome beweert
Toch
zij
tegen
Rome
ten deze voorzichtig.
geenszins, dat niet door Jezus alleen verhooring
ons zou toekomen, maar houdt slechts staande, dat er
der
gebeden
die
voorbede van Jezus
En
dat
het
pleit
nu,
te
overmits
verkrijgen, invloeden op er
vertrouwelingen
hem werken
om
moeten.
des Heeren kunnen
zijn,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's