E voto Dordraceno - pagina 478
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
480
ZOND.
XL VIII.
HOOFDSTUK
III.
Koninkrijk op aarde niet in het leven der Kerk op. Dat voelen we zelven
wel beter, als we merken op ons eigen persoonlijk leven, op het leven in ons huisgezin, op de Christelijke openbaringen in de maatschappij, en op
den ver strekken den invloed van de Christelijke denkbeelden schier op elk
Maar toch
levensterrein.
de kerk het groote, door Christus verordende
blijft
middel, waardoor de werking van deze invloeden in het leven
en nog steeds
maar
dacht,
Met
stand wordt gehouden.
in
Hij
heeft zijn
Kerk
gesticht.
En
Hij heeft ze ingericht en aldus verordend.
van die Kerk
en
is
in
het leven der natiën uitgegaan.
Kerk
de
Kerk vooraan,
steeds ging die
volkeren,
wederbarende invloed op maatschappij en Staat,
alle
bijkomstig,
als
Hoofd van.
er zelf het
is
Kerk het Koninkrijk der hemelen post onder de
vatte door die
geroepen
hebben de Kerk uitge-
wij
Hij
is
De waan,
van
als
alsof het ons dus vrijstond
ondergeschikt
belang te beschouwen,
mits wij ons maar op de uitbreiding van Gods Koninkrijk toelegden, moet
tegengestaan
en ook
;
al
heeft zelfs de /ïet^eiV dien
bestreden en te niet gedaan, want
hij
waan gevoed, toch moet
gaat in tegen de Schrift en tegen
hij
de ordinantiën des Heeren.
Ook
te
dezen opzichte zult ge oude palen niet verzetten, maar inleven
in de overtuiging, dat wie
door
ander
eenig
Heeren Kerk bouwt, daardoor veel
's
en
hulpmiddel,
beter,
dan
duurzamer dan door elk ander
veel
instrument, de komst van zijn Koninkrijk bevordert.
En
ook dit nu brengt onzen Catechismus in
Catechismus
uw
overlegging en in die
en
vromen
in
ze
En
uitbreide.
ook
van
uw
Hem
in.
D. w.
hart, in
z.
uw
de
ziels-
innemen, dat ge ook
afbidt, dat Hij die
hierdoor stelt de Catechismus,
hun gebed voor God schuldig,
allerlei
gebed
innerlijk verlangen, een plaats zal
Kerk aan uw God opdraagt, en het van
beware
uw
de Kerk van Christus, ook in
wil, dat
o,
Kerk
zoovele
die het zelf zeer wel weten, hoe
hun God begeeren, maar
zoo bijna nooit,
met den nood
van Gods Kerk op het hart, voor het aangezicht van den Heilige verschijnen. Die
Kerk doet
zoo
aan,
die
in
er
Kerk
is
hun oog minder
hun
dan hun Heere en Heiland, gaan ze kingen des Heeren
dan te
Nog
tot in
formalistisch,
van
;
laag van gestalte,
Er
is
niet voor die
onverschilligheid
neder, en het droef gevolg
hun gebedsleven tegen de
maar de Kerk
om van
Gods Koninkrijk te wachten.
gestraft heeft.
onze
te
op die Kerk komt het niet
schik-
wel voor Sion willen ze bidden, waaronder ze
verstaan het geestelijk Koninkrijk
komst
aan
in.
toe,
niet geestelijk genoeg, en aldus wijzer zijnde
En
die
hun
te uitwendig,
Kerk nu waarlijk de
nu, hoe dit
zie
Kerk gebeden
is
;
dies heeft
kwaad
God
die
overgelaten; en thans ligt ze in haar is,
zich
Kerk
smaad
dat de invloed van den Christelijken geest
op het leven in gezin en maatschappij en Staat bijna geheel gebroken
is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's