E voto Dordraceno - pagina 456
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
456
XXV. HOOFDSTUK
ZOND.
merkt de Confessie
op, dat de
het
in
één
op
paradijs
Boom
den
latere theologen, dat ze
Sacramenten wel terdege met dezen zondigen
waarom het dan ook
Reden
saamhangen.
staat
lijn
ze
Eva geen
en
ook
„om onze
Catechismus
zondaar
Sacramenten bezeten, maar ontvingen
het
in
zwakheid"
maar dan
zijn
ingesteld.
Met onzen
Sacramenten genadem\M(:\en
de
dat
belijdende,
Sacramenten
en
grovigheid
ze ook
zijn,
den
aangeboden, nemen we daarom het spreken van
zijner redding
te
der kennisse
van de gevolgen der zonde; of wel, ze bezaten
reeds in het paradijs wezenlijke Sacramenten, eerst
Boom
met de Sacramenten van Doop en
of in den staat der rechtheid hebhen
:
eigenlijk gezegde
die eerst ter stuiting
nie\
was van
onjuist gezien
des levens en den
stelden
Avondmaal. Van tweeën één toch
Adam
IX.
paradijs
niet
en belijden met de Dordtsche
over,
Synode, dat wel terdege de beweegreden voor de instelling der Sacramenten
zonde
in de
daarom
Hieruit echter volgt nog geenszins, dat de Sacramenten
ligt.
minder zouden
iets
zijn
dan het
Woord. Immers, indien
zonde ware gekomen, zou het Evangelie evenmin verkondigd de
Heilige
Woord
ook hierin
verheven
mogen
Dit
dan
Slechts
om
hiermee
om
der zonden
zich boven het
Sacrament
de
God dus zeggen
zou een kind van
ware geworden. Belijdt
hij
reeds op aarde een
hij
daarentegen, dat
verontschuldiging afgesneden, en volgt hieruit klaarlijk,
God
op
tot
zijn
dood toe de (/eMaf^emiddelen beide van
en van het Sacrament van noode heeft. één
in
eenigszins
opzicht
en
onjuist
Confessie
in
is
de voorstelling van de Confessie dan ook
zou ze tot misverstand aanleiding kunnen geven. art.
33
leest,
ontvangt namelijk den indruk, alsof
het Sacrament alleen, en niet ook de Heilige Schrift op zinnen'''
Schrift
Wie
en zou
derhalve aan het
is
onzen dood toe met zwakheden omhangen blijven, dan
tot
elke
Woord
Slechts
zijn,
geen
den dood het lichaam der zonde, en alzoo der zonde afsterven,
dat elk kind van
Wie
dus geen oorzaak
in volstrekten zin
eerst in
het
ontstaan.
„Ik heb het Sacrament niet noodig", indien
:
en dat we dus is
ligt
gevoelen.
te
„heilige"
we
zijn
zoowel als aan het Sacrament gemeen. Beide zijn
En
wil.
nimmer
Schriftuur
er
was aangelegd. Dit nu op
ons
is
evengoed alleen door onze
zijn uiterlijke
^ome
uiterlijke
blijkbaar niet zoo, overmits de Heilige uiterlijke
zinnen werken kan.
zinnen mist en nóch met zijn oor hoort, nóch met zijn
oog lezen kan, kan evenmin de Schrift verstaan, als het Sacrament ten volle
den
genieten.
breede
onze
hebben daarom in een vorig hoofdstuk met opzet
Sacrament op
gelijk het
men maar bij
We
aangetoond, dat het
lette
het oog.
Woord Gods
op ons oor
nog
in
aangelegd,
Toch bedoelt de Confessie het goed, mits
op de bijvoeging „uiterlijke zinnen."
zintuigen
is
zeker onderscheid
Men kan
maken tusschen
namelijk
het oor, dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's