Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 434

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 434

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

1 minuut leestijd

ZOND. XLVI. HOOFDSTUK

436 rekenschap, of

wel van zijn

dit

hij

II.

God zou durven

dan, dat zijn bede niet verhoord werd, dan zal

hij

vragen, en ondervindt

God

zijn

hij

hardheid verdenken, maar veeier zichzelven beschuldigen, dat

om

heeft

heel

is

waarom

iets

hij

biddden mocht. Het bidden

niet

Maar

we

als

Vader

terstond, dat onze

kan en niet

niet

bestaan, die het Vaderhart kent,

maar

zal

we voor

vragen, iets begeeren

iets

van onzen Vader die in de hemelen

smeeken

gebeden

een koning

anders. Als een koning iets niet toestaat, zwichten

iets

de majesteit, die anders beschikte. iets

tot

van

niet

hij

dan gevoelen we

is,

weigeren tenzij er oorzaken

De

die voor ons verborgen zijn.

geeste-

ervaring leert dan ook, dat de oppervlakkige begint met, zonder veel

lijke

nadenken,

hem opkomt, van God

wat maar in

alles

begeeren

te

maar

;

dat de dieper ingeleide allengs soberder, voorzichtiger, bepaalder en inge-

togener

in zijn

gebed wordt; eenvoudig

wijl hij,

als

zijn

Ook op de bijvoeging hoog met het in de

hemelen

heid"

is

Ome zijt"

Vader wegloopen,

het toch buiten

is

kijf,

tijd

De dusgenaamde

voor hen geen zin heett.

dat dit „die

, vrije

almeer ontaard in openbaar Pa«</tmw«. God wordtin

En van

ingewikkeld.

ping

„die in de hemelen zijf," kan vooral in onzen

nadruk worden gelegd. Ofschoon toch de Modernen

genoeg

ernstig

niet

zijn

vroomschep-

een zelfbewust en willend Wezen, dat boven

het geschapene uitgaat, verstaat ze niets meer.

al

bidt, spreekt tot

hij

hemelschen Vader.

Daarom

voelt

men

zich

wel stichtelijk aangedaan door den Vadernaam, maar dat „die in de hemelen

Men

is.

gaat

zijt"

deed

uit

had men God in

als

hoort, en die wereld in zich heeft, en innerlijk

vervult

men omdat men

van een voorstelling, waarvan zich,

God de

geheel vervreemd tot de wereld be-

wereldziel

en er meê saamvalt. Alleen wat

die dat heelal

is,

men noemt

de

imma-

nentie

Gods heeft voor dezulken nog stand gehouden, maar de transcenden-

tie

prijsgegeven, d. w.

is

z.

men houdt nog

wel een alleenspraak in zijn

de tegenwoordigheid van een inwonend Verborgen Wezen,

maar

ziel,

als in

men

spreekt niet meer tot een Eeuwig Wezen, dat buiten en afgezonderd

van deze wereld bestaat. Juist daarom echter voegt het ons zin op die bijvoeging „die in de 7iemeie?i

2;i;ï,"

allen

nadruk

in te

hooger

te leggen,

om-

dat juist in en door die bijvoeging de belijdenis van de Christenheid (het

Theïsme) tegenover het

alles

verwoestend Pantheïsme onzer eeuw gehand-

haafd wordt.

De bedenkingen niet in staat, ons

die

men

tegen die bijvoeging aanvoert,

van deze belijdenis af

alzoo en niet anders het Onze

buiten

twijfel.

Ook

te

Vader aan

zijn

dan ook

brengen. Dat Jezus werkelijk zijn

discipelen geleerd heeft,

elders toch spreekt hij gedurig

van „uw Vader,

is

die in

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 434

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's