Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 537

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 537

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. LI. HOOFDSTUK

Gods

van

gen

heiligheid,

hun

hi

539

II.

van de hand

overlegging

verkeerde

wijzen.

Maar naast tweede

genademiddel van het heilig Avondmaal staat nu

dit

ons dagelijksch gebed

plaats

in den grond gelijke strekking heeft.

om

geen andere strekking dan doen opleven. Niet

te

gij

om

de vergeving onzer zonden, dat

Ook dat

ons ingezonken geloof weer te sterken en

ook

opgelegd

dat

om

„gebed

dagelijksch

En

u.

Hij heeft het

Er

uw

geloof

is.

onder Gods heiligen, die meer hechten aan het gebed

er

zijn

u

de vergeving uwer

zonden", omdat Hij wist dat het voor de gedurige sterking van zoo onmisbaar voor u

gij

uw God.

een uitvinding van

is

het voor u verordend. Hij vergunt het

heeft

opgelegd,

dagelijksch gebed toch heeft

hebt het heilig Avondmaal, maar ook niet

hebt het Gebed uitgevonden. Ook dat gebed Hij

in de

om

Dezulken worden meer gedrukt door het bang gevoel van

heiligmaking.

hun weinige volmaaktheid dan door het besef van hun schuld en zonden.

En daarom

sieraad

geestelijk

En

om

meerder genade,

rijker

ontvangen en ze roepen hun God aan, of Hij door

te

Geest

Heiligen

zijnen ren.

worstelen ze dan in den gebede,

hen

hooger wasdom

tot

natuurlijk ook dat gebed

is

Christus wille opvoe-

in

kostelijk en

mag

niet ontbreken. Bij

de zesde of laatste bede komt dat voorwerp des biddens dan ook aan de

Maar

orde.

ze vergissen zich indien ze wanen, dat zulk een gebed zuiver

en Gode weibehaaglijk kan

zonden

gegaan.

is

gevoelen,

te

dat

heiligheid, alle

onze

ziele.

hij

nog

Wat nu

nog niet

om

heilig

is,

zijn

is.

schuld

Alle on-

Gods heilig oog een vlek aan

kan nooit

heeft,

in zuiverheid

en in

aangaat de eerste gedachte, die in de bede

waarin

geloof,

we

ons

om

zich

God

om

schuldvergiffe-

geldt, zoo ligt hierin niets

weer op

te

richten tot die zalige

gerechtvaardigd voor onzen God weten.

het toch volkomen waar, dat ge in het uur uwer bekeering tot die

is

zalige

gewaarwording en ontdekking gekomen van

dat

de

die

met redeneeren

werk

vijfde niet als

de genade der heiligmaking bidden.

dan een poging van ons

Al

vergeving van

wie niet eerst zijn zonde bekend en zich als een

God gevoeld

nis in ligt, en die geheel onze positie voor

gewaarwording,

om

weet niet wat zonde

niet heilig zijn, is voor

En daarom

arm zondaar voor oprechtheid

de bede

als niet eerst

De zesde bede heeft zelfs geen zin, als de Wie toch bidt om heiligmaking zonder het

voorafga.

vooraf

zijn,

belijdenis

zijt,

uw rechtvaardigmaking

wordt afgedaan of buiten

uwer rechtvaardigmaking buiten u

om

toch

is

in Christus

uw

hart

het even waar,

geen zaak

ligt.

Wel

volbracht, en waart

is,

is

het

gij

ge-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 537

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's