E voto Dordraceno - pagina 203
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. IX. HOOFDSTUK
Schepping
de
God
God van
een
zou geworden
Doch Gods
levende, waarachtige, werkende liefde, d.
i.
zijn.
men dan
hier bespeurt
ook klaarlijk, hoe heerlijk in de Openbaring
Immers
saamhangen.
mysteriën
alle
197
III.
Openbaring
die
in
leert
ge
een God kennen, die in het allerminst geen Schepping voor noode heeft,
om
en
Heilige
het
integendeel
werken, maar in zich zelf genoegzaam, als Vader,
te laten
zijn liefde
Zoon
wel
Geest,
en
rijkste
van een starre eenheid
verre
bezat
liefdeleven
volste
en
te
zijn,
bezit
eer zich
in
zelven.
Glijd over deze overweging niet te ras heen
;
want
uit het
inbeeldt dat wij, schepselen, den Heere onzen
zich te
brengen;
en
in
onze
dat
Hem
offerande
volzalig
in zich zelven te wezen,
kan
worden,
als iets
behoevende,
—
En daarom
stellen wij
Eeuwige Wezen dus wel verre
van eens menschen hand gediend
moet wel den weg der werkheihg-
Eoomsche dwaling.
heid op en kan niet afblijven van de
d.
van meet af tegen deze gronddwaling de zuivere,
gereformeerde belijdenis onzer Vaderen over, dat het Eeuwige
i.
geheel volzalig en genoegzaam in zich zelven
Hem
Deze
zelfgenoegzaamheid
Neen,
zoo.
is,
en dat nooit
Wezen
nimmer
ofte
door zijne Schepping iets wordt toegebracht.
Gods
sluit
intusschen volstrekt niet
toch alzoo deze Schepping een doel heeft.
einddoel
er
ligt
een
is
dat zijn
De Schepping
waarop ze gericht
einde,
is,
er
is
Naam
is
toch
is
van
zijn
Wezen
de openbaring van zijn
electrisch licht dat ge opsluit in een
dat niet
en dat doeleinde of
juist
Wezen
in zijn Schepping.
metalen cylinder
is
;
Het
even glansrijk en
even sterk licht als het schijnsel van den vuurtoren op de kust
spoor van dien glans naar buiten
Naam.
daardoor onderscheiden,
het opgesloten licht straalt niet uit; het mist niet zijn glans,
;
alleen
maar
maar
alleen het
en eerst als ge die korenmaat er van
af en dien metalen cylinder wegneemt, zal, zonder dat er ook licht bijkomt,
uit,
maar
wel wezenlijk eeniglijk in de verheerlijking van Gods
De Naam van God
alle
hebben
iets toe
schenken zoude, dat Hij uit
iets
zich zelven niet bezit; en dat het
van
God
misverstand
Wie eenmaal
dezer zaak spruit de wortel van allen valschen godsdienst.
toch plotseling dat eerst in zich zelf besloten
maar eenig
licht,
nu naar
kanten uitstralen.
En
zoo
nu ook
is
genaamd toegebracht
aan God den Heere door de Schepping wel niets hoe;
want eeuwig onveranderlijk
in zich zelven, is en blijft
Hij de overvloeiende Bron en Fontein en Springader van alle licht en liefde en leven
Gods
;
maar zoolang niet uit.
er
Ze waren
nog geen Schepping was, straalden deze Deugden in zijn
Eeuwig Wezen
besloten.
En
er
was niemand
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's