E voto Dordraceno - pagina 226
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXII. HOOFDSTUK V.
226
Heere tot Israël
er stond, dat de
als
maar gaat van
klacht
Israël
Abraham
van
„Abraham weet van u
op de ontstentenis van
steunende
is,
tot zijn verlossing.
ten overvloede aan
nog slechts
zei:
nu het geen uitspraak des Heeren, maar
niet door,
Een
alle
niet;"
slechts een
bemoeiing
korte opsomming, waar ten slotte
toegevoegd, dat ook het gebeurde in
zij
de tent van de waarzeggeres van Endor nooit in de verste verte
grond
als
van leering kan dienst doen.
Hetgeen ons toch omtrent Sauls heul zoeken wordt,
de waarzeggerij gemeld
bij
niet op het terrein der goddelijke openbaring,
staat
De vrouw van Endor
der heidensche afgoderij.
maar op dat
eene toovenaresse, eene
is
die ingeleid is in de duivelsche kunstenarijen, en die door de middelen,
vrouw
die deze kunstenarijen aan de
Samuël
optoovert.
Samuël
te
Had men
hand doen, voor Saul een verschijning van
Samuël
doen, zoo zou
met
werkelijk
hier
een verschijning van
een geest in staat van afgescheiden-
als
heid, verschenen zijn.
Maar
was
dit
Samuël verscheen
niet zoo.
de gedaante van „een oud
in
man, bekleed met een profetenmantel." Op welke
komt
in
de
Heilige
heidenen
als
een
feit
zich
niet
waar
Israël
voor,
nu de heidensche
gelaten. Allerwegen
waarzeggerij en doodenbezwering der
deze
maar
als
een
feitelijk iets,
mee vermengen mag; en
van Satan. Al neemt
werkingen
men dus
dat
God
vloekt;
dat zijn wortel heeft in
aan, wat ook ons niet twijfel-
voorkomt, dat metterdaad te Endor een schrikkelijke verschijning
achtig
aan Saul
hem
Schrift
wijze
midden
mysteriën zulke beelden opriepen, blijve in het
beurt
te
verscheen,
vermeld
viel,
en
is
niets
staat,
Samuël
zoo blijkt toch uit niets, dat metterdaad
derhalve
hetgeen omtrent Samuël kwansuis
uit
af te leiden omtrent diens werkelijken toestand
na
den dood.
Onze hedendaagsche doodenbezweerders mogen
Niemand erlangen
dat er
ontkent,
gedaanten
of
nemen.
metterdaad een geheimzinnige gemeenschap
met voor ons onbekende
is
dit wil ter harte
verschijnselen, die zich voordoen als
stemmen van over het
graf.
Heel de heidenwereld
van dergelijk gerucht en de Heilige Schrift erkent niet slechts dat
voorgewend wel
wierd,
terdege
waren,
booze,
waaraan en
dit is
tegenover
al
deze
stelt
niet
kunstenarijen alle
bij
mag worden
de hooge en gewichtige beteekenis van Deut.
om
dit zoo
ontzegd.
XVTH —
heidensche en in den grond duivelsche kunstenarijen,
de Heilige Schrift de openbaring in Christus Jezus over.
leeft,
vol
zulk pogen in het spel
werkelijkheid
erkent de Heere door Mozes in Deut. XVIII, dat er een dorst in hart
is
geeft veeleer grond aan het denkbeeld, dat er
duivelsche
volstrekt
—
Maar,
maar
te
in de onzekere
toekomst in
te
zien,
's
Duidelijk
menschen
en met het zoekend
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's