E voto Dordraceno - pagina 185
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. VIII. HOOFDSTUK VI. leen
vragen naar wat deze heerlijke God aangaande zich zelven aan
te
geopenbaard heeft.
zijn volk
Doch
volstrekt niet alleen onze godgeleerden zullen zich in dit opzicht
oude paden moeten bekeeren en zich afwenden van den wijsgee-
de
tot
maar ook de bedienaren des Woords
rigen doolhof;
met de
tot dusver
En
maken.
belijdenis
hun bediening en zullen veel
meer
van de heilige Drievuldigheid ernst moeten
we daarop komen, hoeveel
zoo
in
hun godvruchtige overdenking
de leden der gemeente in
dan
179
dan niet anders
zal
in de kerk
van Christus moeten worden?
Hoe
dan
zal
op heel andere wijze dan thans de kennisse Gods
niet
weer op den voorgrond moeten treden, en de gemeenschap van den zondaar met het Eeuwige
we
Helaas,
zijn zoo
nu
en
zieken,
bedorven door de hospitaal- iheoxïe.
daarnaast
Alle zondaren
heel ons geloof en ons belijden er uitsluitend op gericht,
die zieken onder
dak
brengen in een kerk, die genezing
te
die kerk bijna uitsluitend sprake
en
prediking en van godvruch-
overdenking moeten worden.
tige
om
Wezen grondtoon van
van
allerlei
van
krankheid en
allerlei
biedt,
allerlei
en in
wonde,
Me-
medicijn en allerlei balsem, die door den
dicijnmeester ons aangeboden wordt
Natuurlijk denken
afdingen
de
op
we
om
er niet aan,
ook maar één stippelke
om
noodzakelijkheid,
volstrekte
én
die
te willen
wonden
in al
haar diepte te peilen én dat eenig medicijn, dat in het bloed van Christus
werking
volle
zijn
is,
en
God
voor
zijn
anderzijds
en het voor de
doen; maar wat we beweren
te laten
door de hospitaal-theorie juist
dit
verzoening
geschiedt.
tiiet
God die
Dat op
dat
is,
die wijs het krank
goddeloos en verloren zijn er uitgaat, in
er
het
bloed des kruises
is,
niet
doorgaat tot een verzoend zijn met den levenden God.
Met Hem, met den Eenig
Heerlijke,
hebben we
te doen.
Op
Hem moet
in alle prediking en in alle godsvrucht alles doelen en uitloopen. zielen
worden opgehouden en kunnen de vleugelen niet
En
de
uitslaan, zoo niet
gemeenschap met het Eeuwige Wezen ons punt van uitgang en ons
de
rustpunt in het einde tevens Alle
Christelijke
den
vader
aller
loon,
zeer
groot;
kunst
is.
in het belijden is dat
geloovigen waar te
wandel
voor
mijn
maken
:
woord van Jehovah
„Ik ben
uw
schild en
aangezicht en wees oprecht".
tot
uw En
daarom van voor dat aangezicht Gods mag de prediking geen oogenblik weggaan, en tot oogenblik
Eeuwige
zijn.
alle
zoeken naar genieten van verzoening moet van oogenblik
een arbeid van de oprechte
ziel
voor het aangezicht van den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's