E voto Dordraceno - pagina 333
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XLV. HOOFDSTUK
ZOND.
335
II.
loochening pleegden te uiten ? Dat ook in den gevallen mensch die drang
Wie
later
soms
zijn zielsverzuchting
bidt
schier
leven
ook als onloochenbaar aangenomen.
bekeerd werd, weet zeer wel hoe
een
En
ieder.
God kon
voor zijn
hij
ook vóór
alleen dat het bidden alle menschelijk
niet
De
proefondervindelijk.
tegen alle redeneering in
het gebed ons
dus
Als
lief
de
maar
zou
komt,
om
ons het gebed als plicht der
dan wordt ons geen vreemde
zijde,
kunnen
niet
ook, tegen alle redeneering in, is
last opgelegd,
door klare openbaring, als heilige roeping
Ons voorgeschreven, om aan
voorgeschreven.
redeneering
maar
;
we bidden
den drang onzer menschelijke natuur volgde,
uit
Gods
van
ook
van
heilig.
ons
tot
te leggen,
wat reeds
alleen,
nu
ons
en zoet en
Schrift
gehoorzaamheid op
elk kind
kracht die van het gebed uitgaat, kent elk
Christen, die ooit tot ernstige taak geroepen werd. Neen, alleen
zijn bekeering,
uitstamelen. In hangen nood
maar ook de genieting van het gebed kent
verzelt,
God
mag dan
gebed nog nawerkt,
tot het
voortvloeien,
elke aarzeling die uit onze
aanstonds
den pas af
snijden.
te
Ons
voorgeschreven, om, waar in ons de drang tot het gebed vertragen
zou,
ons
drijven.
nimmer rustenden
den
En voorgeschreven
God misbruiken zouden, het
tegen
Gods
eer.
teekenen
van
onze
roeping
Christus
gezegd
lijkheid
een
dat
hij
iets.
te
houden, en
niet noodig geweest. Nooit is b. v. tot
bidden
Maar voor
mocht zulk een lastgeving gelijke slingering u,
in zijn rechten stand
moest.
En
den
ook in den staat der heer-
ware een afzonderlijke last tot gemeenschapsoefening met den Heilige
ondenkbaar
zegt
waar wij het gebed zelfzuchtig
In den staat der rechtheid ware zulk een voor-
richten op
te
prikkel tot het gebed in de lenden te
niet minder, om,
dat
ons, in de gebrokenheid onzer natuur,
niet uitblijven, zou eens
voorgoed aan
al
der-
van het vroom gemoed een einde worden gemaakt. God
ge moet bidden. Hij vordert het van u.
En hiermee
is
het
uitgemaakt, dat ge niet dan alleen bidden moet, als u de nood perst, of de drang der ziele u op de knieën brengt, maar dat ge altijd moet bidden, d.
w.
z.
dat het gebed een gestadige en dagelijksche bezigheid in
moet
zijn
gebed
tot
;
dat er geen dag, dat er geen nacht voor u
uw God.
mag
uw leven
zijn
zonder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's