E voto Dordraceno - pagina 471
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
scheiden,
uw
w.
t.
gingen uwer
ZOND. XVI. HOOFDSTUK VII.
465
uw
heiligheid in de bewe-
heiligheid voor de
Wet, en
ziele.
Uit dooreenstrengeling van die twee ontstaat eindelooze, bitter droeve, de gemeente Gods verdeelende en op het dwaalspoor brengende verwarring.
Het Werkverbond
is
Wie ook nu nog
eeuwiglijk.
maar
niet weg, zelf al
staat
met
Gods wet en
ontzettende klem
zijn
wil volbrengen kon, zou
nóg het eeuwige leven vinden. Alleen maar niemand kan
Doch waar
dit.
op die wijze de uitwerking van het Werkverbond ten leven gestuit onze
onmachtigheid,
zondige
niettemin
blijft
vastliggen, waarop dit verbond rust, en die grondslag die
zrjt
wet en dien wil Gods eeuwiglijk
Daar gaat
De
nooit iets van af.
wil
is
door
grondslag onwrikbaar
de
is,
dat
gehouden
gij
voldoen.
te
Gods verandert
niet.
Die klem kan
niet weg.
Wie dus
kom
dan
ik
maar
dat Christus wel voor mijn zonden betaald,
leert,
Gods Wet voor mij volbracht van
de
werpt mij in de wanhoop
heeft,
zweep
des
af?
drijvers
Hoe ontkom
niet
want hoe
;
ik
dan aan
Wet?
de
Vandaar de volstandige openbaring der Heilige
Schrift en de onkreuk-
bare belijdenis der gezuiverde Christelijke kerken, dat Christus niet alleen
maar ook dadelijke gehoorzaamheid bewezen
lijdelijke,
om
om
mij te verlossen van de straf, en de dadelijke
Wet
plaats de
volbrengen.
te
>)
Bij
den uitverkorene en verloste zou
voor mij in mijn
te
eischende wet nog iets van
als
vorderen hebben.
verloste en vrijgekochte verkeert in zoo zaligen staat.
om
het heil niet
of schuld of straf
inbrengen
beschuldiging
Haast
is
uit te spreken!
Van geen doem wie
lijdelijke
de schoonste Vraag van den geheelen
Wet Gods
elke twijfel opgeheven, alsof de
Een
De
de 60^'% komt dit breeder ter sprake, doch reeds nu moet
Catechismus,
o,
heeft.
den
tegen
in het gericht tegen
is
bij
hem
uitverkorene
hem
sprake meer.
Gods? Verdoemen
En waar
opstaat.
Wie kan
de
zal
ziel innerlijk
hij
al
als
met vreeze des doods en der verschrikking voor het verterend vuur
van
de
eischende
hem Wet Gods
Wet
terugtreedt,
daar
is
ook die vreeze der dienst-
baarheid
ganschelijk ontnomen, en al het eischende karakter
de
ganschelijk voor
meer
dan
de
heerlijke,
wil zijns Gods.
')
Een
hem
af.
luisterrijke,
verloste gaat
Voor hem
is
aantrekkelijke
Psalm CXIX
die
Wet
is
van
niet anders
openbaring van den
zingen.
Want
als eischende
Hierby merke men op dat „dadelijke gehoorzaamheid" in de 176 eeuw beduidde: niet, een terstond, dadelyjk volbracht wierd, maar een gehoorzaamheid die in daden,
gehoorzaamheid, die of bestond in iets
E VOTO DOBDR.
te
1.
doen.
3Q
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's