E voto Dordraceno - pagina 268
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
270
XLIVa. hoofdstuk
ZOND.
komt de
gegaan,
en doodstil
ren,
we ons
ook
van uur wier
zijn,
uit een
boozen
uur met
tot
en
anderen
bij
den ander
veel.
Er
in
aldoor zint op wat niet mag, terwijl er
En
al
mate uw verleden
geringe
er die letterlijk
zijn
booze opritselingen te worstelen hebben, en
allerlei
verbeelding
minder overweldigend.
niet
als
Metterdaad scheelt
maar
geven we nu
ook verschil van karakter en temperament in het spel hierbij
in ons sluime-
maar door onze eigen schuld worden opgewekt,
die ja ook de booze begeerten kennen,
zijn,
matiger,
een onheilig ver-
lust,
Ook kan zulk een begeerte
den een of
bij
bewustzijn
veel
van
er
in verkeerd gezelschap of in verzoeking begeven.
dan
het
vrucht
een zondige begeerte
langen,
II.
na, en
is
veel zeldzamer,
dat hierbij
toe,
is,
toch werkt ook
die booze begeerte
vaak weinig anders dan de vrucht van vorige zonden of zondige omgeving en
Zoo
bezigheid.
de
zich
vleugelen
velen spelen
met vuur; wel met het voornemen, om
mug
van de
te zengen, en het lot
niet
de kaars
bij
ontgaan; maar het uur der booze begeerte dat in hen opflikkert, komt
te
dan toch wel degelijk voor hun eigen rekening.
Doch ook
leggen we op die nawerking van ons verleden, op het niet
al
van de verzoeking, en op dat gemis aan matigheid, ook nog zoo
mijden
nadruk,
sterken
erkend
evenzoo
dient
toch
dat
in
zulk
opkomen van
onheilige verlangens of begeerten ook wel terdege een element
men metterdaad
niets doen
hier even weinig aan doen, als aan het feit dat ge in zonde
ontvangen en geboren
zijt,
en daarom allerhande ellende,
menis zelve onderworpen. Dat hoe
hem
onmogelijk
het
is
zondaar
een
voor
God hem
is
gered te worden, zoo
als
ooit
van de booze zonde afkome,
tenzij
natuur
nieuwen mensch
en
wederbaart,
den
Gebod
verbiedt,
de
want het
booze lusten
in
hem
is,
dat
hij
hart geeft,
doet opleven.
laat zich
Maar ge merkt
wat
Gebod gebiedt: ^Te
dit tiende
gerechtigheid
nog denken, dat
bij
het
khmmen
der
afnemen, en zich een verschiet opent, waarin ze
zwijgen zullen.
alle
God hem een nieuw
gevoelt dit nog niet zoo diep, zoolang ge nog alleen ziet op wat dit
jaren
lijk.
en hoe ondenkbaar het
niet rechtvaardigt;
God
van de verdoemenis bevrijden
kan
Ge
der verdoe-
ja,
dan ook diep verootmoedigend en toont
niet redt; hoe onmogelijk hij zichzelf
zijn
waaraan
natuur, of ook door satan in ons wordt geworpen. In dat geval
zondige
nu kunt ge
u,
is,
kan, en dat eenvoudig opritselt uit onze eigen
dit terstond
en dan vooral, zoo ge
hebben." Hiervoor toch bezwijkt een
Soms, dat zou gaan, maar....
ons hart, het ware denkbaar, maar tot vele gerechtigheid, er
ware
let op,
allen tijde van ^awsr/ïer harte lust tot
in te
te
allen tijde.
Met
iegelijk
van ganscher harte. Lust
komen, maar ....
onmidde-
sefere aandrift van tot eenige
tot alle gerechtig-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's