E voto Dordraceno - pagina 256
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIVa. hoofdstuk
258 is,
I.
Doch ook
spreekt ook de conscientie In ons goed en deugdelijk recht.
afgescheiden
hiervan,
niet
alleen uitwendig,
wat
we
de conscientie in ons altoos oordeelende, of we
is
maar ook inwendig
wisten, dat goed was.
niet in strijd zijn geraakt
met
Zoo oordeelt dan de conscientie wel
ter-
dege, en zelfs voornamelijk onze innerlijke overleggingen, en staat op dien
grond met wanen, in
uw
uwe
binnenste,
de wet
maar
uit,
Gebod
een
extra
Gods
eerste
nu
is
die
twee
gids die
conscientie in u
noodzakelijke
uiting
blijft altoos
bewustzijn. In dit bewustzijn straalt tweeërlei
uw
en ten andere het beeld van
dan niet met elkaar
al
en
is
uw
van
in
strijd
zijn.
Uw
uw
zelfbesef, of
conscientie
dan wel voor de wet bezwijkt.
van
En
Nu moogt
ge
Ge
zijt
Ge moet
er niet vrij in.
vrij
daarom wel het
dit
van binnen noemen, want metterdaad dwingt God u dit conscientie-oordeel.
dus een
is
waarin ge, u zelven kennende,
bewustzijn,
en de wet kennende, als rechter over u zelven oordeelt, of ge
tje"
af.
En
eigen persoon.
conscientie niets anders dan de uitspraak van
de
niet
een soort wetgever
is,
u overnacht. De rechter voert
bij
uw
geeft ze niet, en
wil,
Ge moet dus
rechtstreeksch verband.
in
conscientie een appart iets in u
God gaf u een
rechter.
Ten
dit tiende
dat
uitgaat „tikker-
tot het vellen
dit oordeel vellen.
hoe ge ook in het leven anderen en u zelven misleidt, voor de conscientie
houdt
alle zelfmisleiding op.
van de wet
falen,
besef verslappen
dan ons
;
Ge
dan zóó
ziet
en de kennisse van
:
uw
reden waarom de apostel er op
hart, en dat
we daarom nog
Wel kan uwe
is het.
persoon klein
wijst, dat
is
uw
den
conscientie, voorzoover ge
blijft
Gods
wille
kennisse
uw zedelijk
God meerder
niet vrij uitgaan, ook al
onze eigen conscientie ons niet veroordeelt. Maar dit hierin
en van
zijn,
is
is
het dat
toch altoos, en
kent, en
u zelven
kent, moet ge u zelven aan dien wille Gods toetsen en dus vrijspreken of
veroordeelen. Hieruit volgt dus ook, dat
uw
bewustzijn deze vrijsprekende
of veroordeelende daad der conscientie alleen in zooverre voltrekt, als er
zeker besef van strijd tusschen Gods wil en
doordrong.
bewustzijn
aan
strijd
met Gods
conscientie-uiting van
In
het
rijk
uw
persoonlijk bestaan in
wil vanzelf zal zijn weggevallen,
uw
aanstellen ?
val
volgt hieruit, dat
Adam
in
God
ware. in
dus van een
men immers geen
rech-
het Paradijs, vóór zijn
En
Hoe toch kon
strijd
zijn
tevens volgt hieruit, dat, voor zoover het persoonlijk be-
staan van onzen Heiland aangaat, een conscientieacte in
rijmd
er
geen enkele conscientieacte kon doen plaats grijpen in
in zonde,
bewustzijn.
Ook
is
bewustzijn geen sprake meer. In een land, waar
nooit tegen de justitie kon gezondigd worden, zou ters
uw
der heerlijkheid waarin alle gedachte
hij,
geraken? Alleen
die
zelf
in zooverre
van een conscientie der zonde sprake
zijn,
God was
kon dan ook als hij,
hem
zelfs
onge-
persoonlijk ooit bij
met
den Heiland
onze Middelaar zijnde,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's