Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 361

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 361

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

XXIV. HOOFDSTUK

ZOND.

den

in

die

na

wel

gingen zonder dat

dood

hun

dood

den

vagevuur

dan

waardoor

God hen nog

tijdelijke straf

Hindert

hun

ons

dood

aankleeft.

men

plaats der pijniging zijn, dan laat

een

zulk

ook ten

ééne geloovige, die nog op aarde

De

intreden.

na

lieve afgestorvenen

nu de gedachte, dat onze

hierbij

in

een louteringsvuur,

is

en zuivert van de reatus die hun voor hun

loutert

plaatsbekleeding

de

deze

Immers het

genade.

een

boete gekweten was, niet zeer

liiin

kunnen inhalen? Zoo bezien wordt het

schade

eigenlijk

361

I.

neemt het op voor den anderen geloovige, die nog in het vagevuur

is,

En

gaat

nu

het

zou

boete

achtergebleven geloovige zooveel

deze

dat

aan,

niet

dat

lijden,

is.

nog voor anderen overhield, dan kan immers

hij

de intentie des harten voor de daad in de plaats treden, mits die intendes harten zich dan slechts in eenige daad uite. Er zijn aflaten

tie

men

Heeft lijk

men

daar nu zijn geld voor over, dan toont

men

dat

offer,

En

het meent.

deze intentie des harten, die alzoo

de daad als oprecht uitkwam, wordt dan het middel de

pijnen

Uit

zondaar

rechtstreeks

door

die

bij

van

Christus

schuldverplichting door

tijdelijke

vagevuur,

ook

of

andere

door

den aflaathandel

uit.

nu volgt voor de „goede werken," dat een

standpunt

zelfde

dit

om

het werk verbond tegenover Gods

de eeuwige straf verlost zijn

Hij

staat.

Overtreedt

moet dus nog

hij

dat

hij

hij

ijverig

de tijdelijke zelf boet.

die

Wet,

schaadt

dit

hij

en door

zalig;

kans op meerdere

zijn

niet,

o,

van

verdienste

God staan

want daarvoor

doet,

loon

zal

als

hoe zijn.

en

en is

hierdoor. Niet alsof hij hiertoe uit zich zelf

hij

genade komt

die

Middelaar.

Maar

hem toch

te

blijft

van

verdiende loon.

het

zijn

zwakheid

ter oorzake

hulp hij

de volbrenger van het werk, en staat

van de

ook zoo tegenover

God tegenover hem

Hoe meer goede werken men

hooger de verdienste klimt en hoe grooter het verdiende

En

welnu dan

zaligheid niet.

hij

is,

de Wet, en bovenal

Neen, ook hierbij moet goddelijke genade

den

uitreiker

dus

verdient,

!

komen,

hulpe

de

dan verdient

ware

in staat

Maar volbrengt

glorie.

het volbrengen van die nog hoogere geboden, die de kerk

in

voorschrijft,

als

nog nu en dan

hij

altoos die

de regel gelden, dat de eeuwige straf door Christus voldaan

blijft

te

verhoogt

wetsvolbrenging

ijverige

of in het

wordt afgeholpen, nu toch nog in

liefde

Wet

en van de

is,

dit leven

boetedoening in

"Wet Gods volbrengen; door die wetsvolbrenging wordt zeer

met

den afgestorvene

het vagevuur te verkorten. Zoo ligt alles wel ineengescha-

in

komt men

keld, en

veil.

door dit gelde-

ook,

als

krijgt ge

ge

geen

goede

werken

doet en dus niets

ook geen loon en verwerft dus

uw eeuwige

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 361

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's