E voto Dordraceno - pagina 429
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXV. HOOFDSTUK
ZOND.
machtig
bestel
het
in
geroepen eu door de zending zijns Zoons
leven
maar de
gemaakt,
werkelijk
429
V.
verworvene genade vormde dan nu
aldus
ook een schat van heil of een thesaurus gratiae, die in de kerk gedepo-
was
neerd
genade
de organen der kerk wierd uitgedeeld.
door
die
wilde worden, moest dus
deelachtig
hem
kerk moest de genade
die
uit
en
die kerk aankloppen, en
bij
Eu
toevloeien.
Wie de
het middel nu, waar-
de kerk iemand deel aan deze genade schonk, was het Sacrament.
door
Vandaar dat voor Augustinus ten en
wierd,
de
van
zaligheid
leste
de
Doop onmisbaar
ongedoopte
een
eigenlijk
tot zaligheid
ook
hem
door
ontkend wierd.
Op
standpunt nu, dat in hoofdzaak ook thans nog door de Eoomsche
dit
kerk
wordt
door
het
wedergeboorte dus hierin, dat de kerk
de
bestaat
beleden,
van den Doop u aansluit aan het heilsinstituut
genademiddel
der kerk en aan het daarin beslotene nieuwe leven. Elk gedoopte
metterdaad wedergeboren, ook en
breuke
zijn
met de
al
daarom
wedergeboorte weer verliezen kan;
deze
kerk,
met de mogelijkheid om
altoos
is
dat de gedoopte door zijn ongeloof
het,
is
Sacrament van de Biecht
later door het
en het laatste oliesel het verlorene te herwinnen.
Zoo
men
ziet
dus
hoe
Rome
voor
de opvatting van het Sacrament
een kerkelijke actie hoofdzaak moest
als
Eome
het
Het Sacrament
zijn.
zelf is voor
middel, waardoor de kerk een werking doet aan dengene die
het ontvangt.
Er geschiedt volgens Rome werking
niet
Sacrament, en dat
in het
iets
van den verheerlijkten Heere
uit
iets
is
een
den hemel, maar van de
kerk op aarde, gerepresenteerd in haar geestelijkheid.
Onze Gereformeerden daarentegen, gelijk
Augustinus
moesten geen
er juist
die
eerst
een
van de kerk,
schets bracht, verwierpen,
in
weken
teeken was. Hierin toch
mogelijk van Augustinus en de
om
volledig
daarom zulk een nadruk op leggen, dat het Sacrament
maar
actie
het
die heel deze opvatting
Roomsche kerk
zij
zoo principieel
dat ze alle vermogen,
af,
een zaligmakende werking te doen, aan de kerk ontzeiden, eu main-
teneerden, dat de zaligmakende werking alleen van den Middelaar zalven
door
den
Heiligen
ook nu nog door
zaligmakende toepast,
Geest, knn uitgaan.
genade,
die
het
en
heil ons
van den Troon der genade
worden, met het zoeken niet bij
daartoe
door
uit
dien
Gods
luid
huuuer
hemel,
heilig
uit
belijdenis, die alle
daad van
aanbrengt, toeeigent en op ons
Wie dus
dit heil deelachtig wil
de kerk, die het niet uitdeelen kan, maar
bij
den Redder van zondaren, die
nu nog,
Naar
Gereformeerden beaamd wordt, gaat
alle
alle
het
macht
heil
in
hemel en op aarde ontving,
toebedient aan een iegelijk, die
welbehagen geroepen
is.
Het Sacrament kon
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's