E voto Dordraceno - pagina 308
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
;;
308
ZOXD. XXiri. HOOFDSTUK
Heere
Jezus Christus
zaligheid het einddoel
mag
Dit echter
en
waarop
is,
dit bijzondere soort
niet zoo voorgesteld, alsof er
leek in den gezaligde werken zou.
Ook
zijn leven.
ook klimt
Ook
in
die grondtrek onzer
dan
van geloof
niets
uitloopt.
meer wat op geloof
den gezaligde
in zijn bewustzijn leeft de
kan en wil geen goed dan
hij
worden," toont reeds dat deze
zult zalig
gij
III.
blijft
het bewust-
God God
erkentenis dat
is.
En
de Fontein aller goeden. Slechts
uit
natuur in den gezaligde tot nog hooger vorm
op en gaat over 'm aanschouwen.
„We
wandelen nu," zegt de heilige apostel,
„nog niet door aanschouwing maar door geloof."
Men
dus tegen verwarring op
zij
den zondaar redt;
dit
zijn
hoede. Bedoelt ge geloof, gelijk
op den Middelaar
gelijk zich dit
richt,
en geW^k dit
de Heilige Schrift in negen van de tien gevallen, zonder eenige bijvoeging,
in
genoemd
dan
wordt,
nog
er
is
gezaligden van zulk geloof ook
Dit
engeren
specifieken
wordt en
alleen
Adam, noch
maar eenige
bij
Christus, noch
genomen, komt alleen
zin
de
bij
sprake. Dit kan niet. Dit
ware omverwerping van het heilgeheim. Geloof
ondenkbaar. en
bij
in
is
dien
den geredde voor
in
den verkoren zondaar door een wonder Gods ingeplant
in
op den grond der dingen, maar alleen op den grond van onze
ziet niet
rechtvaardigmaking
als
zondaren.
Hebt ge daarentegen met Hebr. XI
:
1
het oog op den band van ons
bewustzijn aan het bewuste leven Gods, gelijk dat tot
's
menschen wezen
behoort, en zoo schriklijk door de zonde verwoest wierd, tot het in ongeloof omsloeg,
den
in
dan ja geloofde
Adam
deze
onzer
gezaligde
aanschouwing
trek
in
dien zin zeer zeker, en leeft zelfs
natuur
den hoogeren vorm van
in
Maar neem u dan ook wel
voort.
in
acht,
om
nimmer
het
voor te stellen, als kon zulk een algemeen geloof ooit eenige zaligmakende
kracht voor den zondaar hebben. Dit
is
de fout van de Ethischen, niet dat
ze op dezen algemeenen grondtrek van het geloof in onze natuur gewezen
hebben
maar
doen in meerdere of mindere mate
dit toch
;
en
ware het niets anders dan de ademtocht der
ziel.
Om
deze
zegt
Adam
ook
zoo «
en onomwonden in Deel IV.
klaar
Marck
:
had
in
hij
—
;
299 van
zijn
betwist worden in den staat der rechtheid, nog aan Christus.
een
verbond
met God
der
Hem
hem
geschied
was,
stond, dat hij in geloof te ontvangen
en niet aan Christus ter oorzake van
achtigheid
p.
te halen,
„In dezen algemeenen zin kan het geloof noch
Niet aan Adam, omdat er een woord der belofte tot
en
dit voorstelden als
oude godgeleerden alleen maar Prof. De Moor aan
uit onze
Commentaar op aan
onze godgeleerden
hierin doolden ze van het spoor der waarheid af, dat ze het zahg-
makend zondaarsgeloof hiermee verwarden,
zoo
al
zijn geloof
aan de
waar-
door den Vader gedane belofte, en ter oorzake van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's